Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ons tot die scheiding bewegen; eenige en wel de voornaamste derzelve deelen wij U Eerwaarde hier mede.

In de eerste plaats betreft ons bezwaar de leer, die thans en reeds sedert jaren in de gemeente geleerd wordt. Wij ontkennen het niet, dat door enkele weinige leeraren de waarheden, uitgedrukt in de belijdenisschriften der Kerk, zoo onbewimpeld van den kansel en in de catechizatiën zijn verkondigd geworden, dat er zelfs voor den eenvoudigen hoorder geen twijfel aangaande hunne gezondheid in de leer kan overblijven. Maar tegenover die enkele weinigen staat eene schare van andere leeraren, van welken de meesten zich bestendig van zulke algemeene en onbestemde uitdrukkingen bedienen, dat niemand onzer immer van hen heeft kunnen te weten komen, wat er van den Christus te denken is, of Hij God zelf dan wel een schepsel — eene verzoening voor onze zonden, dan wel louter een martelaar der waarheid te achten is; terwijl anderen, hetzij minder weifelend in hunne gevoelens, hetzij stoutmoediger van aard, niet geaarzeld hebben, onbewimpeld, zoo in geschrifte als van den kansel, leerstellingen te verkondigen, die, indien ze waar waren, den Bijbel tot een boek vol bedrog en fabelen zouden maken. Langen tijd, het kan u niet onbekend zijn, Eerwaarde Heeren, hebben vele leden der gemeente met ons dien staat van zaken betreurd, waardoor op eiken dag des Heeren het ongerijmde, voor Zijnen naam onteerende en \oor de zielen verderfelijke verschijnsel plaats vond, dat, van denzelfden kansel, de eene leeraar des morgens eene leer verkondigde, die des namiddags door den anderen tegengesproken werd, en dat de eene herder aan de kudde eenen weg ter bewandeling aanprees, die door

Sluiten