Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den anderen als dwaas of zelfs als doodelijk verworpen werd; en langen tijd hebben wij gehoopt en gewacht, of niet te eeniger tijd de hoofden en wijzen der Kerk, ophoudende den Geest des Heeren langer te weerstaan en over het heilloos spel dat er met de Belijdenis, met Gods Woord, en met de zielen gespeeld werd verontwaardigd, zich in de mogendheid des Heeren zouden opmaken, om de afgedwaalden, in gemeenschappelijke verootmoediging, tot de wet en het getuigenis terug te roepen. Maar in plaats van die hoop verwezentlijkt te zien, hebben wij zelfs van het hoogste kerkelijke Collegie, bij uitspraak van een kerkelijk vonnis ten gunste der aangeklaagde leeraren, de stellige verzekering moeten vernemen, dat mannen, die ontegenzeggelijk de leer der Belijdenis verwerpen, wettige leeraren der Kerk kunnen en mogen zijn. Hiermede, Eerwaarde Heeren! is door het bevoegde gezag in de Kerk eene officieele verklaring afgelegd, welke noodzakelijk tot de gevolgtrekking leidt, dat de Nederlandsche Hervormde Kerk voortaan eene Inrigting is en zijn zal, waarin de bestrijding van de leer der zaligheid hetzelfde regt hebben mag als hare verkondiging, zoodat die Kerk nu gelijk geworden is aan eene fontein, die zout en zoet water voortbrengt. En dit, Eerwaarde Heeren! is een staat van zaken, tot welks instandhouding ons geweten ons verbiedt langer mede te werken. Wij"gelooven niet dat wij zelfs onzen naam geven mogen voor een genootschap, dat opentlijk gevoelens verkondigt en wettigt, die Gode een gruwel zijn, en wij willen niet medepligtig bevonden worden aan den moord, die door deze leugenverkondiging aan de zielen van tijdgenooten en nageslacht gepleegd wordt. Eene andere reden van ons besluit ligt in de volsla-

Sluiten