Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gene ordeloosheid en tuchteloosheid der Kerk en gemeente. Wij zijn niet van degenen, Eerwaarde Heerenl die hier op aarde en in dezen tijd eene volmaakte, zondelooze Kerk mogelijk achten. Wij hebben door Gods genade ons zeiven als zondaren en gebrekkige menschen leeren kennen, en het is ons zoo zeer als iemand bewust, dat eene Kerk, uit zoodanigen bestaande, onmogelijk zonder zonden en gebreken zijn kan. Maar, Eerwaarde Heeren, er is een onderscheid tusschen zondig en gebrekkig te zijn en de zonde en gebreken onbestraft en onbestreden te laten. Wij zouden te veel eischen, zoo wij van de Gemeente Gods verlangden dat zich nimmer eenig kwaad in haar vertoonde; maar zoo wij verlangen dat het kwaad, hetwelk zich in haar vertoont, bestraft en uit haar midden weggedaan worde, eischen wij niets meer, dan wat de Heer en zijne Apostelen hebben voorgeschreven. Wg- zullen de onderscheidene schriftuurplaatsen, die de tucht op de leer en den wandel der Gemeente des Heeren gebieden, hier niet aanvoeren. Wij vertrouwen dat zij u zoo zeer bekend zijn als ons. Maar het zal u dan ook niet minder bekend zijn, dat van dergelijk eene tucht geen schijn of schaduw in Kerk en gemeente gevonden wordt. Wij behoeven, om dit te bewijzen, helaas niet verre te zoeken. Een ieder, zoo Jood als Christen, Boomsch of Onroomsch weet, om slechts iets te noemen, dat openbare vrouwen, die op de hoeken van de straten dezer stad gevonden worden, leden der Nederlandsche Hervormde gemeente zijn. Een ieder weet, dat openbaar bekende ontuchtigen en dronkaards, die de tallooze bordeelen en kroegen onzer stad doen wemelen, ongemoeid hun lidmaatschap in de Nederlandsche Her-

Sluiten