Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormde gemeente kunnen aanhouden. Een ieder weet, dat niemand of niets die ontuchtigen of dronkaards verhindert, des verkiezende, het H. Avondmaal des Heeren te gebruiken, om, na het gebruik daarvan, tot hunne bordeelen en kroegen terug te keeren. Een ieder weet, dat de talrijke scharen, dié op den dag des Heeren in uitgietingen van overdadigheid en brooddronkenheid langs de straten zwerven, voor een groot, zoo niet voor verre weg het grootste, gedeelte uit leden en kinderen der Nederlandsche Hervormde gemeente bestaan; terwijl het eene niet minder bekende zaak is, dat vele der meest beschaafde en aanzienlijke leden der gemeente, den dag des Heeren, dien zij met plegtigen kerkgang aanvangen, doorgaans aan de speeltafel of in plaatsen van openbare vermakelijkheid, bij zang en snarenspel, ten einde brengen. Wij zullen niet verder gaan, Eerwaarde Heeren, want reeds het geringste van dit opgenoemde is meer dan voldoende. Gij zult ons zeker niet van overdrevene eischen beschuldigen, wanneer wij verlangen dat de Gemeente des Heeren, ten „minste datgene is, wat men in de spraak van den dag een fatsoenlijk gezelschap noemt. Maar wij vragen het u zeiven, of eene gemeente, die in grooten getale ontuchtigen, dronkaards en spelers onder hare leden telt, wel eens den naam van een fatsoenlijk gezelschap dragen mag? Wij weten het zeer wel, dat volgens de uitspraak des Heeren, de hoer, de tollenaar en de zondaar niet alleen leden Zijner Gemeente worden kunnen, maar zelfs den Earizeeuw en Schriftgeleerde zullen voorgaan in het Koningrijk Gods. Doch gij zult toch gewis niet willen beweren, Eerwaarde Heeren! dat hun dit lidmaatschap en die ingang verleend moeten worden, ook wanneer zij in hunne hoe-

Sluiten