Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geformeerd waaruit met stemming der gemeente, de WEw. C. van den Oever beroepen was; deze, voor dit beroep bedankende was de gemeente er voor, om uit het vijftal, nu overgebleven, weder eene beroeping fe doen; hiertegen kantten zich deze ouderling en diaken, welke verlangden eerst die leeraars te hooren, wijl zij die allen niet genoegzaam kenden, vermeeneude, het eenen ouderling toekwam, als vader voor de gemeente te zorgen,',

Hiermede echter niet kunnende vorderen werd onder de leiding van den consulent, door de leden der gemeente (zonder die leeraars door den kerkenraad aan de gemeente voor te stellen) een beroep uitgebragl op den leeraar A. van den Oever; dit beroep werd niet onderleekend door gemelden ouderling en diaken; de beroepen leeraar, hierop lettende, deed informatie naar deze zaak en kreeg tot antwoord van den ouderling Boers dat hij zulks niet konde doen; niets hebbende legen ZEW. persoon; maar wel tegen de wijze van beroeping dat hij wenschte zoo ZEw. kwam, hij dm in Gods gunst mogt komen, enz; die leeraar, het beroep aannemende werd bevestigd; die kerkenraadsleden werden verzocht daarbij tegenwoordig te zijn; welke zulks weigerden uithoofde zij niet konden opstaan bij de aanspraak des leeraars en daarom oordeelden, beter te zijn niet ter kerk te komen, ten einde geen aanstoot te geven; zich echter latende overhalen, hielden zij hun woord, en niet opstaande bij de aanspraak, werden zij als oproermakers aangemerkt en aangeklaagd. Hierop zijn zij voorloopig geschorst, tot op eene classicale vergadering nader hunne zaak zoude onderzocht worden, Eene vergadering te Rotterdam doorde classis belegd zijnde, waren de geschorste kcrkenraadsleden tegenwoordig, om hunne zaak te reglvaardigen; hiertegen over is van de toenbestaande kerkenraad van 's Giavenbage een stuk ter tafel gebragt , behelzende een uittrèksel uit hunne notulen, hetwelk (als genoegzaam beschouwd wordende door de vergadering) naar hun inzien hun het regt gaf, om niet veel van de verdediging der geschorsten aan te hooren, en dus vooringenomen met het stuk uit 's Hage, na eenige onderhandelingen besloten, hunne schorsing te bekrachtigen en hen tevens te censureren, niet in aanmerking nemende dat zij niet mogten oordeelen, voordat behoorlijk do beschuldigden zich hadden verantwoord en voor dat de wettigheid van het stuk uit 'sHage bewezen was, hetwelk toch altijd door hunne notulen moest bekrachtigd worden.

Dit waren kortelijk de reden van het protest, waarmede de geschorsten te Zwarthuis op de vergadering verschenen.

De classis van Overijssel en Noord-Holland zulk eene wijdloopige zaak geheel onkundig hadden eenigen tijd noodig, om op de hoogte te komen» zoekende inmiddels in bedaardheid de zaak te vereffenen, doch zulks niet kunnende werd eene commissie benoemd, bestaande uit dd. Kloppenburg, Plug, Simense en Klinkert, die twee uren ter onderzoeking verzochten

Sluiten