Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn gebleVen: dit anti-gereformeerde gevoelen is gegrond op de oude dwalingen van Origenes en Tertulianus,l) welke dreven een voorbestaan der ziele; deze dwaalgevoelens worden niet alleen der gemeente te Rotterdam opgedrongen maar overal waar hij rondreist; de plaats Joh. 8: 44 wordt maar stoutweg op de^verworpenen toegepast; te Hasselt werd die verouderde dwaling naar aanleiding van Ro"i. 8 vs. 1 betoogd; Broeder K. Smit achtte het noodig des Zondags daarop de gemeente van het tegendeel te overtuigen; dit gaf aanleiding, dat voornoemde dwaling op de vcrgadëring te Zwartsluis alsmede te Amsterdam 19 Oct 1858 ter sprake wérd gebragl en door de vergaderingen is beschouwd als dwalingen, strijdende tegen de leer der Gereformeerde Kerk, waarop het 8ste artikel voorkomende pag. 19 dezer Notulen ook onveranderd werd aangenomen; het luidt aldus: „Bat ook alle zaken, strijdende met leer en lucht der Kerk, onderzocht en daarvan gezuiverd worden : ons gevoelen is en zoo wij ook meenen de gereformeerde kerk altoos beleden heeft; hoe de kinderen Gods ook zijn aan te merken krachtens hunne verkiezing en gifte des Vaders aan den Zoon ; hoe zeker hunne zaligheid ook zij, door dit onverandelijk besluit Cods zij nogtans met alle menschen verdoemelijk voor God zijn liggende on der vloek en toorn, overgegeven aan geweld en heerschappij des duivels; wien zijmoed willighjk in hun verbondshoofd Adam zijn toegevallen, welke vloek uit de baarmoeder der bedreiging voorkomende en zoo dadelijk aangrijpt als zij aanwezen krijgen in der tijd en daarom ontbloot van het beeld Gods in zonden ontvangen en geboren werden waarop de duivel zijne heerzuchtige tirranny onmiddelijk over hun begint; daarom erkennen wij in hun voor hunne bekeering en in de verworpenen geen het minste wezenlijke onderscheid maar zeggen met den Apostel Rom. 3: 23. Zij hebben alle gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; en zien geen de minste redenen, waarom Wij de plaats Joh. 8: 44 ook niet op de uitverkorenen voor hunne bekeeHng zouden mogen toepassen; wij weten wel, dat hun de duivel niet heeft gegenereerd of gebaard; maar dat zij daarom zijne kindereu beeten, omdat zij in de magt en heerschaphij van dezen tiran zijn overgegeven, zijn beeld dragen en zijne werken doen; wat het voorbestaan der ziele betreft gelooven wij niets van en is in strijd met Zach. 12: 1. Hierop is ook gebouwd zijn gevoelen van de dadelijke regtvaardiging des uitverkorenen van Eeuwigheid! dat hij niet begrijpt als eene in God eeuwig in blijvende daad, maar als een vonnis reeds dadelijk over die voorbestane zielen geveld; hieruit blijkt weer, hoe schandelijk en voorbedacht die schrijver de woorden van br. K. Smit verdraait en alzoo een ieder tracht wijs te maken als of ZEd. een afval der heiligen dreef. Neen Ds. van den Oever wij betwijfelen de regtzinnigheid van Br. Smit in het minste niet, maar het is uw pligt, uwe dwalingen te herroepen lot voldoening van de

1) Zie Y van Hamelsveld kerkelijke geschiedenis 2de deel Pag. 373 en 3de deel pag 78 alsook Joh. ï Mark, het merg de i Christenen Godgeleerdheid pag 397—380,

Sluiten