Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verduurden zij dan alle hoon en smaad als zij maar met eene goede en vrije cónsientie in des Heeren dienstwerk mogten werkzaam zijn, maar van Br. Holster wisten HEw. sedert de vergadering des vorigenjaars niets en kunnen betuigen dat zij voor de vergadering van Dordrecht'geen woord of schrift ontvangen of aan ZEw. toegezonden hebben , ook kouden zij geen verdrag maken, want wie zoude kunnen denken , of te voren zich voorstellen dat C. van den Oever zoo halstarrig zoude weigeren de kerk genoeg te doen en zijne ambtsbroeders zoo behandelen.

Het vitrde punt, dat wij te weder leggen hebben behelst menigvuldige onwaarheden, valsche voorstellingen en vitterijen. Dit punt zouden wij genoeg kunnen wederleggen , als wij verklaren dat die geheele circulaire een zamenstel van dezelve is, doch het moeit ons om alles op te sommen wijl het waarlijk is, of men met den vader der leugenen zelve te kampen had Men vergenoege zich dus om, behalve hetgeen reeds gemeld is, op het navolgende te letten.

Pag. 3 klaagt Schrijver, dat de handelingen der Kerkvergadering te Amsterdam geheel tegen Gods woord en kerkenordening ziju geschied eu beroept zich voorts op bijna elk blad van de circulaire op Gods woord en kerkenorde: van het tegendeel zullen we u overtuigen. Ds. Juch heelt de kerkenraad van Botterdam uitgenoodigd om ter vergadering te komen , teneinde alzoo hun leeraar legen over de commissie te kunnen hooren, maar zij hebben geweigerd te komen, een bewijs du*, dat zij niet gaarn zagen dat hun leeraar naar Gods woord en volgens kerkordening behandeld werd.

Pag. 4 noemt men de commissie trouweloos; maar hebben zij niet ingevolge de last hun te Dordrecht gegeven, gehandeld, en zich met de Ovérïjsselsche broeders trachten te verstaan, ten einde hereeniging te bewerken en dit heeft hun onder des Heeren zegen mogen gelukken: "Waaruit blijkt nu hunne trouweloosheid ? Dit had men moeten bewijzen maar! ! . . . nog doet het de schrijver daar voorkomen als of Ds. Kamaus en Ds. Hazevoet, met de D. D. van den Oevers instemderi om niet naar de vergadering te gaan, volgens hunne brieven stemden zij in met de vergadering doch ongesteldheid verhinderde hen , zeiven te komen, doch wij hebben later vernomen, dat Ds. Kamans met zijn zoon, het met de DDv. d. Oevers hielden; althans is ons bekend gemaakt dat de zoon G. Kamans te Iskenhuizen pogingen heeft aangewend, om van den Kerkenraad aldaar door het teekenen van een geschreven stuk het bewijs te erlangen , dat men het met Ds. van den Oever eens was , ofschoon dezelve mislukt zijn. De handelingen van ds Kamans en zijn zoon zullen nader onderzocht worden; wat ds. Hazevoet aanbelangt, daarvan zijn wij beter onderrigt.

Pag. 6 in de noot staat dat Ds. Plug met Ds. van den Oever als vriend omging, doch tegen zijn ouderling J. Smit zeide: Wat doet gij dien vent te logeren: De zaak is dus: Ds. Plug zeide tegen J. Smit dat het niet noodig geweest was, van den Oever van Hasselt té

Sluiten