Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schorst en de gemeente vermaande'om voor hem te bidden!vroegen eenige leden aan hem (bij het uitgaan der kerk) of zij ook bidden moesten, dat bij die pil kwijt zoude raken, die hij hem had klaar gemaakt (moedwillige leugentaal}; laat ds. van den Oever eenigen noemen, die dat gezegd heeft; de kerkenraad wil getuigen, dat niet een uit de gemeente een woord met ds. Plug heeft gesproken.

Pagina 22 maakt schrijver melding van de onknnde der vergadering, omdat men C. van den Oever geschorst heeft op het woord Blasphemie en vertaald dit Majesleitschending. Wij zullen Kraraer's woordentolk laten spreken-, die zal op dit punt meer geloof verdienen als C. van den Oever. Deze vertaalt het als lastering Godslastering en Majesleitshoony dus blijkt het dat Lucas 23 : 34a Vader vergeef het haar want zij weten niet wat zij doen , op de vergadering niet van toepassing is, maar hij volgens regt op dit artikel geschorst is en wat godslastering betreft, wij meenen dat dit zeer wel van toepassing is; het is toch geene geringe zaak de dienaars des Heeren aan te tasten; dit zijn redenen genoeg, om op dit artikel aan te gaan. Indien alle zaken, in de circulaire verval, op zulke gronden steunden, dan had meu zulke laffe , schepselverheffende attesten van zijn kerkenraad niet noodig; (zie Pag. 39 en 40 der circulaire).

Pag. 32 van de circulaire maakt melding van de mishandelingen, den leeraar H. van den Oever, te Oud-Vosmeer aangedaan; hiernevens plaatsen wij eene verklaring van oen kerkenraad aangaande het gebeurde en laten elk oordeelen, of hier mishandeling of indringing in eens anders dienst heeft plaats gehad.

Verslag Tan het voorgevallene met Ds. H. van den Oever

den 31 Oclober 1838 le OudVosmeer.

Zatnrdag den 30 October kwam ds. II. van den Oever op het onverwachtst mp de hofstede van den ouderling L. Aarnoudse, die verwonderd vroeg, hoe hem hier, op zulk een tijd en dag der week te zien; waarop ds. H. v. d. O. antwoordde, dat, hij belet was van morgen te Middelburg te prediken, en dal hij zoo eens naar Oud-Vosmeer was gekomen, dalhij niet wist dat As. Kloppenburg niet te huis was, varvolgens is L. Aarnoudse mét zijne vrouw tn ds. H. v. d. O. naar liet dorp gereden; onder weg zijnde, zeide de vrouw van L. Aarnoudse, dal nu ds. Kloppenburg niet te huis zijnde hij morgen maar moest prediken; hierop ds. H. van den Oever zich tot L. Aarnoudse als ouderling wendende, zeide, indien hij zulks wilde toelaten het wilde doen, maar L, Aarnoudse antwoordde, dat indien de zaken nog waren als vroeger (doelende hiermede op de,zaak van ds. C. van den Oever, enz.) dan zulks te kunnen zijn; maar er nu geene vrijheid toe te hebben, om zulks.toe te laten , waarop ds. 11. v. d. O. antwoordde, dat dit builen hem was; waarop L. Aarnoudse zeide hel evenwel niet op zich té nemen, maar zeiden, met de

Sluiten