Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt nu opgemaakt, dat Ds. Plug openlijke leugens heeft geschreven , zooals zij Pag. 29 schrijven.

Ten tienden werd hun onder het oog gebragt, dat zij Pag. 29 schreven te willen bewijzen dat die brief welke ds. C. van den Oever aan de vergadering te Amsterdam gezonden had, waarheid was en dat Ds. Plug na veel moeite hun den brief had voorgelezen, Ds. Plug vroeg hun of jZEw. niet zeiven hun aangeboden had dien brief te lezen, waarop B. -Yinke antwoordde: „Ja maar het duurde toch zoo lang", Aan J. Smit en van der Weiden vroeg ZEw. of het dan geen waarheid was wat zij gezegd hadden, dat zij het niet wisten, wie dat boek van Boers naar Embden had gezonden en dat zij niet wisten, wie naar Groningen geweest was en of het dan geene waarheid was, dat ZEw. aan van der Weide gevraagd had, „Wanneer heb ik ü gezegd, dat ik C. van den Oever die°pil bereiden zoude? en antwoordde: dat heeft Dom. aan mij niet gezegd, Jan Smit heeft het mij verteld; hij zeide: „Ja dat is zoo; hierop herinnerde ZEw. aan J. Smit! dat hij hem gevraagd had: Jan Smit! Jwanneer heb ik U dit gezegd? waarop hij zeide: „Ja Ja, de Dom. heeft dat wel gezegd, waarop de Leeraar tegen hem zeide Smit, ik weet daar zoo veel van als de dooden. maar ik beloof u op mijn woord van Eer, zoo gij mij herinneren kunt, waar en wanneer ik dat gezegd heb, dan zal ik het u niet tegenspreken.' Hierop zeide Smit: Dom. heeft het bij mij aan huis gezegd waarop ZEw antwoorde: „Smit, gij weet dat ik in dit afgeloopen jaar, maar een paar „malen bij ü aan huis geweest ben" hierop zeide Smit: „ Ja maar het is „verleden voorjaar geweest, waarop de Leeraar zeide „nu wordt het nog „mooijer, men geeft niet onduidelijk te kennen, als of die pil voor deze „vergadering bereid was, en is het nu verleden jaar al geweest, gij kunt „beter onthouden als ik maar neen Smit! de zaak is nu eenmaal' tegen C van den Oever gezegd, en dat moet gezegd blijven nietwaar?!" Nog vroeg hem de leeraar of het dan geene waarheid was, dat toen ZEw. met zijn „ouderling Keizer bij hem aan huis was om huisbezoek te doen zijne „vrouw tegen hem, namenlijk Smit zeide: Neen Jan, zoo heeft het dom „niet gezegd en dat hij daarop door stilzwijgen consenteerde; dit alles is

hem gevraagd in tegenwoordigheid onzer kerkenraden; hetwelk hij niet konde tegenspreken.

Ten elfden werd hun gevraagd daar er maar drie bij Ds. Plua gweest waren om den brief tan C. van den Oever tc lezen en evenwel door vijf oadeateekend is, zij wisten hierop niets te zeggen.

len twaalfden werd hun gevraagd , of zij kouden bewijzen dat de hand.lingen gehouden met ds. C. van den Oever, kenmerken zijn van de valsche kerk , zij gaven daarop ten antwoord: „hebben wij dan daardoor de Kerk miskend" hoe onnoozel! hoe duidelijk, dat zij zich zeiven nie, verstaan in hun schrijven: nog is in het bijzijn van die leden gevraagd of Ds. Plug, C. van den Oever, als een leugenaar en lasteraar had afge-

Sluiten