Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soortgelijk is het adres van C. P. Visser, ouderling in de Rijp van 24 Mei 1864, geregistreerd onder n». 627, zich bezwarende over een antwoord van het Classicaal Bestuur van Alkmaar, waarbij hij op zijne aan dat bestuur gerigte vraag, hoe hij bij de thans bestaande leervrijheid zich als ouderling te gedragen heeft, verwezen wordt naar de Handelingen der Synode van 1860 bladz. 139, 144, 165, en nu deswege aan de Synode nadere opheldering vraagt:1

Beklaagt zich de Kerkeraad van 's Gravenhage over de predikers der dusgenoemde Moderne Theologie, inzonderheid met het oog op de ontkenningen dier Theologie op historisch gebied, eenige Ouderlingen der Waalsche Hervormde Gemeente te Amsterdam geven bij adres van 12 Julij 1864, geregistreerd onder n°. 68, aan Uwe vergadering te kennen, dat vele volgelingen der Moderne Theologie niet alléén «de mogelijkheid of althans de waarschijnlijkheid der wonderen, waaronder alzoo ook die der opstanding in het vleesch en der hemelvaart van onzen Heer Jezus Christus , ontkennen,» maar dat ook de leeraren, die de bedoelde Theologie zijn toegedaan, onder anderen, «het gezag der Heilige Schrift, den val van den mensch, de vleeschwording van het Woord, de wezenlijke Godheid van den Christus, de vergeving der zonden door het geloof in Zijn Zoenofter en de wedergeboorte door den Heiligen Geest,» leerstellingen met welker erkenning of verwerping, naar hunne innige overtuiging, de Nederlandsche Hervormde kerk en alzoo ook haar onderdeel, de Waalsch-Hervormde kerk, staat of valt» ontkennen of betwijfelen. Zij wenschen van Uwe vergadering te vernemen «of zij die één of meer der genoemde punten betwijfelen, geacht kunnen worden de gezonde leer der Hervormde kerk te prediken» en verzoeken door U ingelicht te worden «waar de grenzen zijn, buiten welke de verkondigde leer ophoudt de gezonde en aanvangt eene vreemde leer te zijn.» Zij achten deze kennisneming volstrekt noodzakelijk, daar- zij verpligt zijn de leer der Hervormde kerk te handhaven, volgens art. 11 van het algemeen reglement en overeenkomstig de plegtige verklaring, door

Sluiten