Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen afgelegd bij de aanvaarding hunner bediening, van te zullen waken, «dat geen vreemde leer worde voorgesteld.» Tevens verzoeken zij, «dat, vermits, althans naar het oordeel van velen onder hen, de pligt, die als Ouderlingen op hen rust, niet duidelijk in de reglementen is omschreven, en ook de aanduiding der middelen onvolledig is, waardoor zij dit regt en dezen pligt, om voor de zuiverheid der leer te kunnen waken, in toepassing kunnen brengen, Uwe vergadering de reglementen op dit punt zooveel noodig gelieve aan te vullen.» Eindelijk wenschen zij te weten, «óf aan de Predikanten der Nederlandsche Hervormde Gemeente het onbepaalde regt is toegekend, om zich door andere Predikanten of Candidaten te laten vervangen in hunne predikbeurten, zelfs dan, wanneer volgens het oordeel des kerkeraads, door bedoelde Predikanten en Candidaten niet de gezonde leer verkondigd wordt, en verzoeken Uwe Vergadering dat het antwoord op deze vraag, hetzij in bevestigenden hetzij in ontkennenden zin, duidelijk in de reglementen geformuleerd worde.»

Verlangen de tot hiertoe U medegedeelde adressen opheldering en nadere verklaring, zoo van den zin van het onderteekeningsformulier, door 't welk zij meenen, dat het regt om de leerstellingen der Moderne, Theologie te prediken, wordt uitgesloten, als ook van de wijze, waarop bijzondere Kerkeraden en Ouderlingen in dc handhaving der leer behooren te werk te gaan, meer bepaald rigt de Classis van Harderwijk bij adres van 29 Junij H., geregistr. onder n°. 797 , en in overeenstemming met haar de Kerkeraad der Hervormde Gemeente te Harderwijk, bij adres van 1 Julij 11. geregistreerd onder n°. 2, tot de Synode het verzoek, dat zij de thans bestaande leervrijheid beteugele, «door voortaan geen Leeraar of Godsdienstonderwijzer tot de bediening van het Evangelie toe te laten, die .niet de XII Artikelen des Christelijken Geloofs onderteekent, en hen, die in strijd daarmede leeren, na eerst vermaand te zijn, van hun ambt en bediening vervallen te verklaren.»

Niet tevreden met de XII Artikelen des Christelijken Geloofs, verklaren de Onderteekenaars van 15 andere adressen, gereg. onder 78 en 238—751,> zich noemende lidmaten der Nederlandsche

Sluiten