Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal kennis genomen hebben van het lijden der gemeente, in zooverre zij door zulk eene prediking in hare dierbaarste belangen zich gekrenkt gevoelt. Acht Uwe Commissie het daarom ter ééne zijde wenschelijk, dat ieder Evangeliedienaar zich zeiven ernstig onderzoeke, of hij in zijne prediking en zijn onderwijs aan zijne eenmaal afgelegde belofte getrouw is en, naar het woord van den Apostel: «de kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht,» van het geven van regtmatige ergernis zich onthoudt, zij mag echter ter andere zijde niet voorbijzien, dat er ook onder hen, die geacht worden de beginselen der Moderne Theologie te zijn toegedaan, mannen gevonden worden, die naar het getuigenis van een ander aanzienlijk deel der gemeente, tot grooten zegen werkzaam zijn en althans niet geacht kunnen worden, «aan hunne afgelegde «belijdenis ontrouw, de genade Gods in J. C. als den eenigen «grond der zaligheid te loochenen en met den geest en de be«ginselen der belijdenis onzer Kerk den spot te dry ven.»

Wat de verpligting betreft van den kerkeraad en van ouderlingen tot handhaving der leer, volgens art. 11 van het algemeen reglement, en de wijze waarop zij in dezen behooren te werk te gaan, (waaromtrent almede in sommige adressen inlichting verlangd wordt), zij het aan Uwe Commissie vergund, U te doen opmerken, dat de Synoden van 1860 en 1861, volgens hare hierboven aangehaalde Handelingen, als maatstaf waarnaar de kerkeraad en dus ook de ouderlingen de leer hunner predikanten hebben te beoordeelen, verwezen hebben naar het meergemeld art. 27 van het reglement op het kerkelijk examen en het daarin vastgestelde formulier van onderteekening. Meent een kerkeraad, op grond hiervan, dat een leeraar zijner gemeente aan die belofte ontrouw is, hij kan zich deswege, krachtens het reeds vroeger genoemde reglement voor kerkelijk opzigt en tucht, vervoegen bij het Classicaal Bestuur waaronder zijne gemeente ressorteert. Zijn er onder de ouderlingen die, in geval de kerkeraad hiertoe geene reden vindt, zich over het gevoelen des kerkeraads bezwaard achten, dan staat hun de weg open tot appel bij het in rang volgende kerkelijk Collegie. Naar

Sluiten