Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwerp te bepalen en dat ordelijk en geregeld te volgen, dan moet ik inderdaad bekennen, dat ze zich in nwe tegenwoordigheid meer gedwee betoonen dan in de mijne. //De eenvoudige Jood" schrijft UEerw. //neemt aan wat hem gegeven wordt." Indien de eenvoudige Jood inderdaad zoo geneigd ware elk leerstuk aan te nemen dat hem aangeboden wordt, hoe komt het dan, dat er geen veel grooter aantal Israëlieten in de Christelijke Kerk opgenomen wordt? — //Maar de rationele," zoo schrijft gij verder, //die het Nieuwe Testament al eens gelezen heeft,'hij onderscheidt, oordeelt, maakt bedenkingen." De //onkundige Joden" waarop UEerw. doelt, moeten inderdaad zeer onkundig)Üjn niet alleen, maar ook zeer dom, indien zij geene bedenkingen maken, en de rationele zeer welgezind, naardien zij geacht worden het Nieuwe Testament gelezen te hebben. Gelooft UEerw. dat er ooit door ons een Jood wordt gedoopt, die het Nieuwe Testament niet gelezen heeft? en is hij er door ons mede bekend geworden, zal hij dan ook niet dezelfde bezwaren maken, die men naar uw oordeel bij den andere, meer beschaafden, ontmoet? Ik voor mij kan UEerw., op grond mijner twaalfjarige ondervinding wel verzekeren, dat het grootste beletsel bij de Joden veeleer bestaat in hun niet-weten dan in hun toe? ten, en dat ik — deze betuiging zal u Welligt eenigzins stout toeschijnen — veel beter met den kundige dan met den onkundige spreken kan. Wij zijn thans van lieverlede gekomen tot ons tweede punt.

II. Ik heb beweerd dat UEerw. de zendelingen onder Israël niet kent.

Daar ik de eer niet heb UEerw. te kennen of bij U bekend te zijn, en het niet zoo zeer den persoon als de zaak geldt, zoo kan ik hier met te grooter vrijmoedigheid tegenover UEerw. het woord voeren. Al wat gij over de zendelingen zegt, bewijst ten volste dat gij u een zeker denkbeeld in dbstracto gevormd hebt, maar nimmer met de personen

Sluiten