Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelve tot Christelijke overtuiging gekomen zijn, bewijst dat gij van hunnen strijd een zeer onjuist denkbeeld hebt.

Doch ik mag niet vergeten, dat UEerw. ook het een en ander opnoemt, dat de bekeerde Jood vooruit heeft boven den Christen. //De Joodsche missionaris" zoo schrijft gij: //laat niet af te roemen, luid te roemen, den hoogen adel van Israëls volk, den schitterenden luister van Jehova's uitverkorenen bij de toekomst van Christus, hunnen Christus. Eang en luister, verre niet verloren bij de aanneming van het Christendom, neen, daardoor verzekerd; maar de geboren Christen, wil hij ook niet tegenspreken, zwijgt er van."

Het blijkt wederom hieruit, dat UEerw. oordeelt over de prediking der Joodsche missionarissen, zonder ze ooit te hebben gehoord. Anders zou het u bekend zijn, dat zij niet alleen en zelf niet voornamelijk van den hoogen adel van Israël spreken, maar wel in de allereerste plaats van hunnen diepen val en van hunne zware schuld; en dat indien zij gewag maken van een luisterrijk verleden en een luisterrijke toekomst, zij het doen om de tegenwoordige vernedering van Israël te duidelijker te doen uitkomen. Niemand — voor zoover wij weten — spréékt tot hen van Christus, als van hunnen CheJstus bij uitsluiting; wel, gij zoo wilt, van Hem als van den Koning der Joden bij uitnemendheid, doch die ook evenzeer is het licht der Heidenen, het heil Gods tot aan de einden der aarde.

Een Jood, die Christen wordt, heeft voor als nog geen rang of luister te verwachten; de heerlijkheid aan zijn volk naar de Schrift hem verkondigd, is voor hem met nadruk een voorwerp van hoop, en wat de getrouwe God aan de Israëlieten beloofd heeft, kan niemand hun ontnemen, al ware het sok dat hij het hun misgunde.

//Maar de geboren Christen" zegt UEerw., //wil hij het ook niet tegenspreken, zwijgt er van." Een wonderlijk zwijgen, inderdaad! Is het waarheid, waarom zwijgt hij dan? is het onwaarheid, waarom spreekt hij het niet tegen? Zwijgt

Sluiten