Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wing op te treden, met het onderstaand adres, hetwelk uit de Boekzaal van December 1854 wordt overgenomen.

Adres aan de Synodale Commissie der Nederlandsche Hervormde Kerk.

•Hoog Eerwaarde Heeren!

•De ondcrgeteekenden, herders en leeraars in onderscheidene gemeenten der Nederlandsche Hervormde Kerk, uit volle overtuiging der belijdenis toegedaan, welke, op Gods Woord gegrond, en in de formulieren onzer Kerk vervat, het wezen dier Kerk in hare eenheid uitdrukt, gevoelen zich geroepen en gedrongen, voor het oog van den Heer, die het Hoofd der Kerk is, ten overstaan tevens der geheele kerk zoowel als hunner bijzondere gemeenten, plegtig getuigenis aan ü af te leggen van den indruk door Uwe uitspraken in de zaken van Dr. L. S. P. Meyboom en D'. J. C. Zaalberg op hen te weeg gebragt.

• Die uitspraken hebben ons met smart en weerzin vervuld. Hne men ook overigens over deze kerkelijke proceduren denken moge , dit kau niet ontkend worden, dat Gij Uwe uitspraken onder anderen en voornamelijk gegrond hebt op het door U aangenomen beginsel, dat, terwijl bij Art. \ 1 van het Algemeen Reglement de handhaving van de leer der Kerk aan allen, die aan het Kerkbestuur deel hebhen, wordt aanbevolen, dit artikel geene nadere bepaling dier leer bevat en dus niet kan gerekend worden geschonden te zijn, zoolang niet wordt aangetoond, dat de door iemand daaraan gegevene verklaring met eenig ander voorschrift der reglementen strijdt.

»Hoe? is het dan volstrekt noodzakelijk, dat iets, om geldig en van kracht in onze Kerk te zijn, uitdrukkelijk in de reglementen moet zijn opgenomen? Zijn de reglementen iets meer dan regeling der wijze, waarop in de Kerk behoort gehandeld te worden, opdat alle dingen met orde geschieden en alzoo de Kerk aan hare bestemming beantwoorde? Hangt de Kerk dan alleen en geheel van deze reglementen af? Heeft zij aan dezen haar bestaan, haar wezen, haar ka-

Sluiten