Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onregt, dat door liet in die uitspraken aangenomen beginsel jegens de geheele Nederlandsche Hervormde Kerk gepleegd wordt, tegen het onafzienbaar onheil, dat alzoo in haar wordt aangerigt, komen wij met al de kracht , die in ons is, op.

• En naar wij hopen en vertrouwen, niet te vergeefs. Voorde bijzondere gevallen, door U uitgewezen, mogen deze uitspraken beslissend zijn, voor het beginsel zijn zij het niet. Daarin berusten wij niet. Van U beroepen wij ons op de Synode als die gerekend werdt de geheele Nederlandsche Hervormde Kerk te vertegenwoordigen, en die nog in dit jaar de verbindende kracht der Kerkelijke belijdenis erkend heeft. En mogt ook deze eenmaal, of zelfs ' meermalen het door U aangenomen beginsel huldigen, wij zullen ons blijven beroepen ('t geen bij de afwisseling van personeel steeds mogelijk is) van eene Synode, die haren pligt verzaken zonde, op eene Synode, die haar pligt betracht.

«Mogt ook dit allës, wat God verhoede! vruchteloos zijn, wij beroepen ons op den Heer Jezus Christus, het eénige ware Hoofd der Kerk. Hem roepen wij aan. Onder Hem zullen wij voor Zijne waarheid, door onze Vaderen beleden en met hun bloed .bezegeld,' staan en -strijden. Hem geven wij de zaak over. Hem smeeken wij, dat Hij zich over onze Kerk ontferme, dat Hij de gemeenschappelijke schuld dier Kerk, waarin ook wij voor ons zeiven ons aandeel belijden, genadig vergeve, dat Hij de tegenstanders Zijner waarheid nog eenmaal in opregte belijders verkeere, en dat Hij die waarheid gelijk ze ons ter zaligheid geopenbaard is, op nieuw en steeds zuiverder doe schitteren en aan de harten van alle leden en voorgangers der Kerk tot hun heil en Zijne eer heilige!

«Amsterdam, den 16 November 1854."

Dit stuk was voorzien van de handteekenmg der navolgende Heeren Predikanten, voor zooverre die bekend zijn geworden. G. Barger te Vreeland, J. I. Doedes te Rotterdam,

N. Beets te Utrecht, Joh. Drost te Heïlcvoetsluis,

Sluiten