Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•Het door U Wel Eerw., bij Uw schrijven van 25 Sept. jl. aan den Kerkeraad medegedeeld besluit kenmerkt •

ï'. Persoonlijke beschuldigingen.

• Volgens Uwe verklaring heeft het een' pijnlijken indrnk bij U teweeg gebragt door de ontdekking, dat onder de adressanten den naam gevonden wordt van een voormalig Ouderling , die voorleden jaar in de Kerkeraads-vergadering tegenwoordig was, toen het Ministerie het gevoelen der Ouderlingen inwon, nopens den geest der gemeente met opzigt tot de invoering van het nieuwe ambtsgewaad, maar die destijds, toen hieromtrent nog niets besloten was, daartegen geene bezwaren inbragt.

•Indien dit waarheid is, M. H.! is het voor de gemeente pijnlijker, dat dezelve vertegenwoordigd wordt door Ouderlingen, die bij niet één harer leden, voor zoover ons bekend is, onderzoek naar derzelver meening ten deze beeft gedaan, en alzoo niet den geest der gemeente, maar hunne eigene meening U heeft doen verstaan; dit verraadt ontrouw aan roeping!

• De beschuldiging aan den voormaligen Onderling zoode des te zwaarder zijn, indien de zaak, tijdens zijn aanwezen in den Kerkeraad, dusdanig zich bad toegedragen.

• Door dien Broeder wordt verzocht daarop te berigten: «dat de

• Toga-zaak in geene behandeling in den Kerkeraad is geweest, en •hij zelfs zich meent te herinneren, er geene de minste aanteeke•ningen in de Notulen van is geschied;—dat het geene Kerkeraads-

• zaak koude worden, aangezien dit uitsluitend de Heeren Predikanten

• goldt, en dus geheel en al eene zaak van het'Ministerie was; —

• doch hebben de Heeren Predikanten aan den Kerkeraad eene mede•deeling desaangaande gedaan, dan is zulks beleefdheidshalve geschied,

• doch toen was die Onderling reeds buiten dienst, en kon dus zijne •stem daartegen niet uitbrengen."

•Deze mededeeling van dien Broeder, laten wij aan Uwe beoordeeling over.

•Het was U, M. H ! ook pijnlijk, de namen van wie anderen.

Sluiten