Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i) Middelburg, 1 December 1855.

«Predikanten van de Nederduitsche Hervormde Gemeente van Middelburg, ontvangen hebbende een schrijven in d°. 15 Nov. 11,, onderteekend door M., K. en W., zich kwalificerende als eene Commissie, vertegenwoordigende de adressanten van 21 Sept. 11., — hebben den inhoud van dat schrijven ernstig overwogen, maar daarin geene reden gevonden, om in hun eenmaal na .rijpen rade genomen besluit betrekkelijk het gebruik van het door de Synode aanbevolen ambtsgewaad voor Predikanten eenige verandering te brengen, en achten het tevens onnoodig, om op de redenen, die hen tot dit besluit gebragt hebben , nader terug te komen, aangezien zij van oerdeel zijn, dat zulks den adressanten in zake voornoemd toch niet overtuigen zoude, weshalve zij dan ook wenschen van verder schrijven betrekkelijk deze zaak verschoond te blijven. — Zij geven echter ten allen overvloede de stellige verzekering, dat naar hunne gemeenschappelijke overtuiging, welke ook allerwege in de Nederlandsche Hervormde Kerk gedeeld wordt, het aannemen en gebruiken van het door de Synode aanbevolen ambtsgewaad noch met eenig kerkelijk standpunt, noch met inziglen in de leer der zaligheid in eenig verband slaat.

»Namens Predikanten voornoemd,'' (get.) J. F. L. ABRESCH, Aan den Heer M. c. s. Minist. Scriba.

Na de lezing van vorenstaande stukken, zal het wel geen nader betoog behoeven, dat het hier geen op zich zeiven beschouwd onschuldig gewaad is dat bestreden wordt, even min eene voorliefde voor den punthoed; men moge daarop al schimpende smalen, de onpartijdige lezer zal uit al het voorafgaande kunnen ontwaren, dat het hier het vasthouden of verzaken van een aangenomen beginsel betreft.

Sluiten