Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

adressanten ook met betrekking tot de aanleiding die de aanbeveling der Toga gebiedend had gemaakt, in hunne zienswijze mogten dwalen, hen vau het tegengestelde te overtuigen.

Door de stilzwijgendheid ten dezen hebben zij erkend, dat de tOomelooze losbandigheid van sommige vrijzinnige Predikanten, als gevolg van den heerschenden geest van het liberalisme in de Vaderlandsche Kerk, de aanleidende oorzaak tot de Synodale aanbeveling is geweest en het bewuste costuum derhalve een dekmantel is der ongeregtigheden, waaraan dezen zich schuldig maakten, enz.

Deze stilzwijgende toestemming komt dan ook geheel en al overeen met de verklaring in den Synodalen brief van 28 Augustns 1854, waar uitdrukkelijk staat vermeld: dat het reeds niet meer aan voorbeelden ontbreekt van het gebruik eener min voegzame kleeding op den predikstoel.

Nimmer had men gedacht dat door de aanneming van het onderwerpelijke gewaad, Heeren Predikanten hun karakter als Herder en Leeraar in de maatschappelijke zamenleving zouden hebben verloochend; maar bleek het weldra, dat de gretigheid tot het aannemen van het ambtsgewaad meer ten doel had de aflegging van den punthoed.

Het navolgende strekke tot toelichting.

Tot nu toe had men alhier in het algemeen geen Predikanten in Sociëteiten, Schouwburgen en Concertzalen aangetroffen , en waarom niet ? Ach! die onnoozele punthoed deed hen als Leeraren kennen, wier roepiDg in ons midden is: tot de volmaking der Heiligen, tot het werk der bediening , tot opbouwing des ligchaams cheisti.

Wier werk is: de hun aanbevolen kudde te weiden, te leiden, voor te staan en te regeren, en de gemeente te honden als schapen hunner weide, die zij dook dm ver-

Sluiten