Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dier nieuwe Inrichtingen de Gemeenten te dienen in haren tegenwoordigeu nood.

• Ik koester geene ijdele inbeelding met betrekking tot den weêrklank dien dezen mijne opwekking tot vervulling eener heilige roeping zal vinden. De ondervinding van vele jaren geeft helaas! maar al te veel grond, om — bij den hoonlach der tegenstanders — ook van medestanders in het even dierbaar geloof, zoo al niet onverschillige ter zijde stelling, evenwel alles behalve algemeene krachtige medewerking te gemoet te zien. Ik weet,—en mag, zonder mij aan aanneming van personen schuldig te maken, ook deze klacht niet onderdrukken ,— hoe het ook in het kamp der belijders van de groote waarheden des Evangelies, in ons land thands gesteld is, en hoevele bedenkingen en vooroordeelen hier den weg versperren tot het ondernemen van een krachtigen stap, het doen hooren van een afdoend getuigenis. Zonder nog in aanmerking te nemen degenen, die wij als broeders in het éven dierbaar geloof mogen beschouwen, maar die door den stroom des tijds, of liever der Wetenschap van het oogenblik, zich tot zeer wezenlijke concessiën aan hare dwalingen hebben laten leiden, zijn ook by zeer besliste aanhangers der heilwaarheden van Evangelie en Hervorming, de overleggingen , die tot lijdelijke onderwerping voeren, velen en velerlei. Ik ga er eenigen opnoemen met even openhartige bijvoeging mijner tegenredenen.

•Sommigen onzer dan meenen, dat men de heerschende Wetenschap maar haren gang moet laten gaan, hopende dat de ziekte wel van zelf tot staan zal komen, wanneer zy slechts haren loop regelmatig mag voortzetten en ten einde brengen. Vergeten deze hopende vrienden niet wel een weinig, dat, volgens de Geneeskunst althands des lichaams. eene ziekte drieërlei uitgang kan hebben : genezing, dood, of een nieuwe ziekte 1 en leert die Geneeskunst ergens wel onvoorwaardelijke lijdelijkheid, — bloote aanstaring van den zieke?

Anderen, en daaronder van de meest ijverige en getrouwe belyders en aanhangers der even dierbare waarheid, schijnen te meenen, dat het genoeg is het kwaad, het onregt, de ontrouw te constateeren. op het Recht der Gemeente te wijzen, van de Leeraren getrouw-

Sluiten