Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid te verderen, zonder een evenredig, dat is, nog zoo veel krachtiger en vooral meer praktisch protest tegen de bron zelve des kwaads: de verdorvenheid van onze Theologische Wetenschap. Zou dit klagen over de uitwerkselen, zonder aangrijping der oorzaken, niet eene meer symptomatische dan wezenlijke behandeling der krankte zijn ?

•Anderen willen de Wetenschap alleen door de Wetenschap gekastijd en te recht gebracht. Het zij zoo! maar van den uitslag [hoe zeker ook] van dezen kamp kan of mag het geloof der Christenen niet afhankelijk zijn, — moet het recht eener Christelijke Kerk geen uitstel te lijden hebben. Het Geloof heeft de waarheid, de Christelijke Kerk heeft recht op de prediking en handhaving harer waarheden , vóór en onafhankelijk van- de wederlegging eener opgeworpene wetenschap, de valsche Gnosis van den dag.

«Anderen wederom geven, na zoo vele vergeefsche pogingen om recht te verkrijgen, bij eene zoo sterk toegenomene en algemeene heerschappij der dwaling, den strijd als in moedeloosheid op. Zoo deed in de dagen van oud Israël, zelfs een Elia in een neèrslagtig oogenblik. Was het daarom minder even tevoren openbaar. geworden > dat ook de zwakste minderheid in beslissende oogenblikken over de dwalende meerderheid, over een dwalend Algemeen, triumfeert?

«Anderen verschansen zich achter bezwaren tegen de wijze waarop , de middelen met welke, te werk moet worden gegaan. Van dezen meenen sommigen, waaronder ook zeer uitnemenden, dat een zoo sterk en polemisch ijveren, met de waardigheid van den Christen, met het ambt van den Leeraar weinig overeenstemt. De Hervormers dachten hierover anders; ook paulus (2 Cor, XI : 29*). Anderen wederom willen vooral bedaardheid en behoedzaamheid, vergetende dat beide die allezins prijswaardige dengden eigenschappen zijn van handelen, of althands van een wil, een wensch, een voornemen om te handelen, maar geen beteekenis hebben bij een lijdelijk toezien. Wederom anderen vreezen den schijn zelfs van een weg die op scheiding zoude kunnen uitloopen, — als of ooit aan eenigen schijn de wezenlijkheid eener plicht mag worden prijs gegeven. Anderen hebben wederom andere redenen, aan geene van welke

Sluiten