Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangetoond; ik konstateer slechts, dat Ds. van Koetsveld er zijne donkere mijngangen vindt.

Donkere mijngangen zijn zeer gevaarlijk, al bestaan ze slechts in de verbeelding. Misschien heeft de lezer wel eens, in eenonrustigen droom, gewaand, dat hij in dergelijke mijngangen verdwaald was. Welk een angst sloeg hem dan om het harte, hoeveel wanhopige pogingen deed hij ter verlossing, hoe deerniswaardig waren zijne jammerkreten, en als hij dan ten slotte zich zeiven terugvond op zijne legerstede met de volle overtuiging, dat er geen gevaar aanwezig was, hij voelde zich nog afgemat van den schrik en van den arbeid zijner verbeelding. Daarmede zal hij echter slechts eene flaauwe ondervinding gehad hebben van het zwoegen, de onrast en den angst eens wakenden, die, door de verbeelding misleid, elk oogenblik vreest in donkere mijngangen te verdwalen, om nimmer de lieve zon weer te aanschouwen. Laat ons hierbij in aanmerking nemen, dat D*. van Koetsveld zich, uit hartstogtelijke liefde voor het licht, met de lainpe des Evangelies1 vereenzelvigt, en zelf op den kandelaar plaats nam , en wij zullen eenigzins op de hoogte komen van zijn schrik voor de mijngangen zijner verbeelding; wij zullen den moed bewonderen, die hem krachten schonk om — zij het dan ook met weinig bedaardheid — in *de cellen der Paters Jezuïeten" te toeven; wij zullen in zijn angst verschooning vinden voor menig woord, dat hij in kalm overleg niet zou gesproken of geschreven hebben.

Daar wij nu in die »donkere mijngangen" van D». van Koetsveld niet eene werkelijkheid, maar een- zuiver produkt der opgeschrikte verbeelding vinden, zoo zou de lezer kunnen vragen: onder welke vormen en gedaanten D'. van Koetsveld zich gemelde mijngangen heeft voorgesteld. Mijngangen waren het, die hem kwelden, meer kan ik

Sluiten