Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch slechts een wijle tijds, want spoedig herinnert men zich , dat bij de "overeenstemming nog te veel verschil bestaat, om in Rome vrede te vinden; de vrees voor Rome's donkere mijngangen herleeft, en de opgeschrikte verbeelding brengt duisternis over den meest helderzienden geest. Dit zou ik nu gemakkelijk kunnen nawijzen in de aangehaalde leerrede: De apostolische overlevering, maar ik moest dan de gelijkenissen, waarin ik Ds. van Koetsveld bestudeerde, geheel uit het oog verliezen. Liever keer ik tot de gelijkenissen terüg, daar toch zag ik voor het eerst zijne kwalen, die zich ook in zijne andere geschriften openbaren.

Het is opmerkelijk, dat men'in het Protestantisme bij alle 'tegenstrijdigs meeningen, een algemeenén afkeer vindt tegen het godsdienstige vasten; het vleesch schijnt er nog ktaéhtiger zijne emancipatie te Vragen dan de geest, want waar de vromen zich nog een vermomd leergezag laten welgevallen , verzoent zich niemand met de vaste. Het eten en drinken schijnt men niet zelden als een cultus te beschouwen, eene Godsvereering, die hooger standpnnt inneemt dan het godsdienstig vasten. Zoo lees ik in de Gelijkenissen: // Men kon zich [in de Katholieke Kerk] niet meer voorstellen dat het strenge Ascetisme, uitmuntend door vasten en zelfkastijding een lager standpunt van Godsvereering wezen zou, waarboven Christen zich en de zijnen verhief." ') Uit deze zucht naar emancipatie des vleesches kan men reeds afleiden, hoezeer van Koetsveld zijn evenwigt verliezen moet, wanneer het spook van Rome's dónkere mijngangen hem tegerigrijnst in de drie gelijkenissen, welke de Zaligmaker tot antwoord geeft aan die Hem ondervragen, waarom zijne leerlingen niet vasten. De drie gemelde gelijkenissen zijn in hetzelfde verband

1) Afdeeling, 1, bl. 172.

Sluiten