Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daden des Heeren zoo gaarne eene overtreding der Wet wilden vinden, en daarom reeds de genezing van een zieke op den sabbath voor eene wetschennis uitkreten, de Phariseën hebben Jesus nooit beschuldigd , dat hij de vaste , door de Wet voorgeschreven, niet onderhield. De vraag drukt derhalve eene verwondering uit, dat de Heer zijne leerlingen geep buitengewone vaste voorschreef of althans niet met nadruk aanprees.

Uit het antwoord, door den Heer gegeven, blijkt, dat de Verlosser erkent aan zijne leerlingen geen buitengewone vaste, althans geene, die zoo belangrijk was, dat zij hier in aanmerking kwam, te hebben voorgeschreven. Pok blijkt niet minder daaruit, dat Jesus het godsdienstig vasten goedkeurt, mits het op geschikte tijden er in geschikte omstandigheden geschiede, want de Heer zegt uitdrukkelijk, dat zijne- leerlingen later zullen vasten, en geeft tevens de reden op, waarom Hij hen,$&ans van een buitengewoon vasten verschoont.

Dit nu is voor Df>. san Koetsvejd te vealj de wees jfpor Rome's mijngangen deed hem yqor de woorden des Heeren sidderen. Kan de Heer het waarlijk met Rome gouden? Dat Joannes zulks deed, het kon er doop, want hij droeg den noodlottigen Elias-mantel nog, hij was geen bruiloftskind; maar hier spreekt de Bruidegom; boven Hem zich te verheffen, is toch wat al te sterk, zelfs voor een bruiloftskind. De vrees voor Rome's donkere mijngangen moet er een ander middel op uitdenken. Welaa^, laat ons zien.

Ds. van Koetsveld weigert in de eerste gelijkenis, eene goedkeuring der godsdienstige vaste te zien. Hij zegt: ii Voor het oogenblik het al of niet opregte en verdienster lijke der Farizésche vasten daarlatende, kan en wil Jezus toch die van Johannes en zijne leerlingen niet afkeuren." ')

l) Bh. 158.

Sluiten