Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Apostolische Kerk plaats had, of meent de Heer van Koetsveld, dat men er niet vastte, zonder het met trompetgeschal te verkondigen en daarna in de Schrift te boeken ? Ik zou hem nog gaarne naar den tweeden brief aan de Korintfaiè'rs verwijzen, waar de Apostel van zijn veelvuldig vasten spreekt; een vasten , dat hij nog vrijwillig voegde bij den honger en dorst, die zijn Apostolische arbeid van zelf medebragt. Zou de Apostel de Evangelische blijmoedigheid niet gekend hebbett? En zou van Koetsveld den moed hebben hem toe te roepen: «Bruiloftskinderen vasten niet"?

Dat er tusschen de eerste en tweede gelijkenis een innig verband bestaat — zij zijn immers een antwoord op dezelfde vraag — kan de Heer van Koetsveld niet ontkennen ; het was daarom voor hem van het grootste belang, door eene willekeurige uitlegging van de eerste, zich eene baan te breken tot verdonkering der beide volgende Het willekeurige in de verklaring der eerste meen ik genoegzaam te hebben aangetoond; zijn resultaat was: de Christenen zijn bruilóftskinderen , en bruilóftskinderen vasten niet, al is de bruidegom ook van hen weggenomen. i Wanneer hij dit resultaat van zijn vrij onderzoek, onder den druk der vreeze voor Bome's donkere mijngangen volbragt, in verband beschouwt met de beide volgendè gelijkénissen, wordt zijne slotsom: // Bruiloftskinderen voegen geene gelapte kleederen, en de versche wijn voor de bruiloft wordt in geen oude zakken aangcbragt. " ') Aan- en opmerkingen zullen hier wel overtollig zijn, zelfs voor den Heer van Koetsveld , indien de indruk der overgroote Yreeze bij hem heeft plaats gemaakt voor de regten van het gezond verstand.

Dat de beide laatste gelijkenissen ook een antwoord zijn op de vraag, die den Heer gesteld was, wordt door

l) BI». 175.

Sluiten