Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken; «mar wat verkeerds fa fajnne opvatting was, mag niet aan het standpunt der Oude Wet worden toegeschreven. Zonderling, de Heer van Koetsveld bewijst «it een tekst •van den profeet Isa$ss, dat er op bet standpunt der Wet geheel andere denkbeelden over het «vasten bestonden dan die welke ie Verlosser bi[j een andere gelegenheid in de Pbariseën opmerkte en afkeurde; zijn verwarring moet wel groot Ètjttj dat bij zuilks niet neeft opgemerkt. Ik •vérwïjs hem naar bladz. 161, Afd. I. zijner gelijkenissen. Doch, Waarom meer opmerkingen? De uitlegging, die van •KoetsveM bier biedt, levert volstrekt geen antwoord op de vraag, die 'den Heer gesteld werd. Noch de Phariseën, noen de leerlingen van Joannes dachten aan de Wet, toen "*ij Bunne vraag stelden : zij konden er wiet aan denken; omdat zij met nun <vas*ea buiten de Wet stonden; hunne vraag was: waarom de leerlingen des Heeren geen buitengewone vasten onderhielden; hierop antwoordde Jesus in de eerste gelijkenis , hierop antwoordde Hij niet minder in de twee volgende.

Wet eerste antwoord hebben wij gezien, laat om nu het tweede met eenige oplettendheid beschouwen. Jesus geeft 'hierin eene tweede reden op, waarom zijne leerlingen 'thans nog niet vasten; ik zeg: thans nog niet, want in de eerste 'gelijkenis heeft de Verlosser uitdrukkelijk te kennen gegeven, dat zij lateir zouden vasten. Welke is dan de tweede reden, door Jesus opgegeven? — De leerlingen sajijn nu nog >hiet bekwaam voor eene strenge vasté; zij zijn te zwak in de deugd; het strenge vasten zouderhalve geen geschikt middel zijn tot het doek de Christelijke vol>in«a"ktheid, waartoe ide Verlosser hen oplejdl;;-Gelijk het nieuwe niet geschikt is <voor het oude'; noch het oude voor 'het nieuwe, ewo -agn 'de Apostelen niet bekwaam voor een gestreng en 'buitengewoon -vasten.

Sluiten