Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Standbeelden en portretten zijn aan de orde, en wie is er onder hooge en lage standen, die zijn eigen gelaat niet op een papiertje heeft en dat vermenigvuldigen laat, om ook aan anderen zijn portret te vereeren.

Dat de wereld zich daar in het bizonder op toelegt, is niet vreemd; maar dat zij, die vreemdelingen op aarde behooren te zijn, de wanden hunner kamers daarmede versierd hebben, is geen bewijs van vreemdelingschap.

Wat mij betreft, ik kan met die portretten woede geen vrede krijgen. Ik heb, 't is waar, voor vele jaren, ter wille van haar, die de lust mijner oogen was, mijn portret laten maken, en daar ik het toen al met tegenzin gedaan heb t had ik er later ook geen vrede bij.

En waarom niet ? Ik denk weieens aan de godenleer der oude Heidensche volkeren. Die hadden, onder vele anderen, een afgod, „Janus" genaamd; dat was een beeld met twee < aangezichten, en dan zei de ik bij mijzelven: „Ais ik mijn portret liet maken, motest het evenals van dien afgod zijn." Want waarlijk, ik heb' óók twee aangezichten; het eene is zóó mismaakt en leelijk, dat ik er bij geen mensch meê voor den dag durf komen; dat vindt gij naar het leven geteekend in Rom. 3; het andere vindt ge in dit. woord uit Gods mond: „Gij zijt in Hem volmaakt," en dat portret zal eerst goed zichtbaar zijn daar, waar de zon en de maan niet meer schijnen zullen, maar het Lam de kaars is.

Sommigen, die mjj liefhadden om mijns werks wille, deden vaak 'aanzoek om mijn portret, doch ik heb zulks ten allen tijde geweigerd. Het denkbeeld alleen was mij hatelijk om voor de glazen van den boekhandelaar te koop te liggen. Waarlijk, die predikanten moeten wel veel met zichzelven ophebben, die van hun afbeeldsel eene koopwaar laten maken.

„Ja maar," zegt men, „gij zijt in die dingen al te stijf." Ja, daar heb ik altijd den naam van gehad, en ik wil het ook niet tegenspreken. Die mij er niet om heeft kunnen

Sluiten