Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaamte en vrees voor de tegenwoordigheid van Jehova, vol spijt en wroeging bij de groote schade en schromelijke gevolgen. In den ochtendstond in de nabijheid zijns Scheppers, met de volle vreugde vervuld in de aanschouwing Zijner werken, in het genot niet alleen van den aardschen, maar ook van den vrede des hemels; in den avond vol schrik en angst, met droefheid vervuld over het verlaten Paradijs, het verloren beeld en het recht op het eeuwig leven, onder het vonnis der rechtvaardigheid van tijdelijke en eeuwige straffen, als bezoldiging op de ongehoorzaamheid aan Gods w:i en het niet volbrengen van de wet der volmaaktheid.

En nu niet slechts als eerste mensch, maar als stam- en verbondshoofd met al zijne nakomelingen in een doodsstaat van zonden en misdaden, van erfsmet en erfschuld, waardoor hij aan al de schromelijke gevolgen is blootgesteld, die daaraan zijn verbonden, van arbeid en zweet, van moeite en verdriet, van verdrukking en ellende, van droefheid en tranen, van ziekte en rampen, van dood en van rouw.

Dit is eene nalatenschap, die wij wegens de schuld der zonde allen overerven. En als dan door de hooge jaren de aarden kruik, de leemen hut op het punt staat te breken of in te storten, of dat verdrukking en tegenspoeden ons deel zijn, dan is dat alleen aan te merken als een gevolg van de zonde. Daardoor is die lusthof eene treurplaats geworden, deze aarde een Mesech, eene woestijn, waarin de beste dagen moeite en verdriet opleveren. En dat alles naar het billijk en rechtvaardig oordeel Gods.

Het is waar, het was de duivel, die door middel van de slang den mensch verzocht. Deze Gode vijandelijke macht, die een menschenmoordenaar is, Joh. 8:44, was het, die hem verleidde. Naijverig op het geluk en den hoogen rang der eerste bewoners, was hij het, die de strikken spande en het lokaas: „Gij zult aan God gelijk zijn en niet sterven!" hun voorlegde; en men weet met welk eene droeve uitkomst.. Maar de mensch

Sluiten