Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vruchten, maar vindt ze niet! — En dan, dan dreigt ons de moed te ontzinken; dan beklemt bange vrees ons hart, en wij roepen uit: „Het is genoeg; neem nu, Heere! mijne ziel!"

Maar wij arbeiden toch niet om zelf de vruchten te zien! Het moefc ons eene eere zrjn voor God te mogen arbeiden, en het voegt den Christen niet Hem paal of perk te stellen wanneer Hij Zijn regen en zonneschijn moet geven.

Elia had te veel van eigen inspanning verwacht, maar Jehova zeide tot hem: „Ik heb in Israël nog zevenduizend doen overblijven, die de knie voor Baal niet hebben gebogen." God gaf de vrucht op Zijn tijd, — niet toen Elia het verwachtte. En toen werd Elia's hart verblijd; maar die zevenduizend, — zij werden óók miskend; zij werden vergeten. Achab kende hen evenmin als Elia. Nooit zijn hunne namen tot de nakomelingschap overgebracht; onbekend hebben zij gewerkt en gebeden, geleden en gestreden. Niemand kende hen, maar God kende hen wèl; Hij had hen niet geteld onder de duizenden Baaisdienaars , maar hunne namen geschreven in Zijn gedenkboek. En als wij eenmaal mogen worden opgenomen in de maatschappij der volmaakt rechtvaardigen, dan zullen wij die zevenduizend daar ontmoeten en hun ontsluierd aangezicht zien, blinkend van den glans der Goddelijke heerlijkheid.

Vergeten en miskend te worden door menschen, die slechts aanzien wat voor_ oogen is, — 't is niet zoo zwaar om te dragen, als men zich gekend voelt door God als een der Zijnen.

Hedenmorgen mocht ik mij onder de voorbereidingspredikatie weder verheugen. Wij werden door den dienstknecht des Heeren bepaald bij Maria en Martha, waar de Heiland aan Martha eene zachte vermaning gaf vanwege hare onrust en bekommernis over vele dingen; doch Maria had het goede deel uitgekozen.

O! dat ik aanstaanden Zondag met het gemoedsbestaan van die Maria tot dien disch nadere; dat ik al mijne bekommernissen

Sluiten