Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wie zal mij dien steen wegnemen?" En telkens werd hij afgewenteld.

Als de mensch zich naar 's Heilands woord en bevel wil gedragen, — daar is kracht, genade, strijd en zelfverloochening toe noodig; en hoewel het vleesch strijdt, — de geest nochtans voelt zich gelukkig en zalig, en hij verheerlijkt daarmede zijn lieven Meester.

Ik vind sterkte in het gebed; de Heere vertroost mij, en ik mag lafenis en voedsel zuigen aan de twee geestelijke borsten, waarvan in het Hooglied gewag wordt gemaakt. Die twee geestelijke borsten toch, die de Heere aan het lichaam Zijner Kerk geplant heeft, — daaronder moet worden verstaan de bediening van Zg'n Woord en de Sacramenten. Daarom worden zg' vergeleken bij twee reeën van ééne dracht. Deze twee borsten zijn gelijk in wezen en oogmerk en maken Gods uitverkorenen scherpziende in het geloof en snel om te loopen in den weg der godzaligheid. En nu bekroont de lieve Heiland Zijn eigen werk, als Hij zegt: „Hoe schoon zijt gg en hoe liefelijk, o, liefste! in wellusten!" Alsof Hij daarmede zeggen wilde: „Hoe kan ik uwe schoonheid en aangenaamheid genoegzaam uitspreken, als gij slechts deze uwe gaven wèl aanlegt tot Mijne eer en uwe zaligheid."

Welke wonderen in dat Hooglied!

En nu zinkt de zondaar neêr in aanbidding en verwondering, als hij gevoelt hoe al die schoonheid van Christus komt. Er is »dus geen grooter zaligheid dan God te dienen en Zg'ne gaven wèl aan te leggen tot Zg'ne eer; en wij worden daardoor hoe langer hoe meer met God vereenigd; ja, zal het wèl zijn, dan moet een geloovige dagelijks toenemen in geloof , hoop en liefde.

Hoe dikwijls heb ik niet ondervonden in mgne eerste komst tot Jezus, toen ik Hem zoo vurig liefhad en van Hem met Zg'ne eigen woorden Zijne liefde afperste, dat de Heere zeide: „Gg hebt mg' het harte genomen door uwe liefde en door uw geloof; uwe oogen doen Mij geweld aan."

Sluiten