Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op zichzelf beschouwd is de dood iets vreeselijks en terecht een koning der verschrikking genoemd. Als het lichaam, die lieve metgezel van de ziel, wordt gesloopt; als de nauwe band, die beiden aaneensnoert, wordt verscheurd, — ja, dan gaat er nog weieens een bange zucht op. Die laatste vijand kan den Christen nog weieens tegen het einde zijner aardsche loopbaan doen opzien, hoe vurig hij er ook naar moge haken. Doch aan de andere zijde, — wat i s het voor een lichaam, dat straks in de aarde zal worden gelegd! Immers een broos, een zondig lichaam, een broeinest van begeerlijkheden, eene deur, waarin allerlei verzoekingen binnensluipen, eene belemmering veelal voor het zieleleven, voor het leven van mijnen geest. Dit alles saamgenomen, heb ik het verlies van zulk een lichaam, het afleggen van mgn aardschen tabernakel voor groote winst te rekenen. En al moge dat lichaam ook aan de wormen ter prooi worden, — het woord mijns Heilands ligt daar: „Ik zal het opwekken ten uitersten dage." Laat de dood zijn standaard op mgn graf planten en den schepter zwaaien, alsof hij den Koning der wereld niet onderworpen ware, — op den jongsten dag zal de Heere der heirscharen dien geweldenaar den voet op den nek zetten, en dan ligt hij voorgoed, voor eeuwig verslagen. En wanneer de ziel dit voor zichzelf vastelg'k mag gelooven en daarmede werkzaam is, — dan eerst zal de dood haar een Ahimaaz, een boodschapper van goede tijding zg'n, eén engel van Petrus, die hem uit den kerker verloste, waarin zg'ne ziel met bezwaarnissen zuchtte. Ja, het zal eene Noachsduive zg'n, die met den palmtak der overwinning komt aanvliegen en den van den Heiland verordenden weg inslaat om dien weg tot eene hemelpoort te maken.

•„Vader! Ik wil, dat waar Ik ben, ook diegenen zullen zijn, die Gg' Mij gegeven hebt." — Dat zijn des Heilands eigen woorden. Ja, de Heere verlangt naar de Zijnen; en zou dan de Bruidegom kunnen verlangen, en de Bruid koelzinnig zijn? Immers neen!

Sluiten