Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zin- en zienlijke mij tegen te staan, en ik zie reikhalzend uit naar het Vaderhuis daarboven.

In de afgeloopen week had ik een dag, dat ik mij niet kon verzadigen aan Gods woord; ik snakte er naar, en ik smaakte de zoetigheid, evenals een kind aan de borst zijner moeder. De woorden waren mij begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; ze waren mij zoeter dan honig en honigzeem Ik riep uit: „O, Heere! ik zou Uw Woord wel willen opeten!" En onophoudelijk vloeiden mijne tranen op het heilig Bijbelblad, zoolang — tot ik geen letter meer lezen kon. En toen werd ik vertroost met deze woorden: „Waarom maakt gij zulk een geschrei? Is er dan geen Koning, die regeert? Is uw Raadgever vergaan? Ik zal u verlossen uit de hand uwer vijanden." — Ach! mijn grootste vreugde zou zijn, dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de liefelijkheden des Heeren te aanschouwen en te onderzoeken in Zijnen tempel. Want o! Hij is mijne liefde zoo waardig.

Hebt gij daar óók kennis aan, mijn lezer of lezeres! dat de Heere in uwe eenzaamheid, wanneer gij bedroefd en schreiend tot Hem riept, Zg'ne hemelen scheurde en tot u sprak om u gerust te stellen! O! daar kan ik van gewagen. Op dat scheuren van de hemelen bedaarde vaak de storm in mijn gemoed, en dan vernam ik zulke heerlijke dingen, dat ik daaronder weêr stil en gelaten werd. Dan mocht ik mij , onder alle lijden en kruis, weêr zoo verblijden in de hoop, dat de dagen mijner treuring welhaast een einde zullen nemen. En dan, — dan zal ik geen tranen meer storten over al de zonden, waarover ik toch het meest heb geweend in dit vreemdelingsland. Dan zullen de tranendroppelen van aardsche droefheid, wanneer zij in den glans der Eeuwigheidszon schitteren, even zooveel kleine spiegels zijn, die de heerlijkheid Gods, de treffende getuigen Zijner liefde en trouw, terugkaatsen.

Bij die gedachte valt al het aardsche weg; dan roept de

Sluiten