Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevogelte van allerlei vleugel," dat in de schaduw der takken van het tot een heerlijken ceder geworden takje wonen zou — dat waren de vrijgekochten des Heeren. O! ik moest m min binnenste uitroepen: „Wat heb ik daar onder die schaduw des Almachtigen dikwijls mijne vermoeide vleugeltjes mogen toeslaan!" En ik verstond zoo wat de dominee zeide: „Als

ge daar uwen honger niet stillen kunt, dan sterft ge."

Dien „hoogen ceder" kan de geheele wereld zien; en hoe

menigmaal men ook heeft beproefd hem te doen vallen; hoe

vaak ook de bijl aan den wortel van dien boom werd gelegd, -

hij is er nog!

Ouden van dagen! die nog geen behoefte gevoeldet om m de schaduw van dien Christusbooni te schuüen, gij hebt reeds zestig, zeventig, wellicht tachtig jaren zonder God m de wereld geleefd! En hoe wenkt de dood u ieder oogenblik om te verschijnen voor den Rechter van hemel en aarde! Alles roept u toe, dat uw levensdraad weldra zal worden afgesneden. Uw kale schedel, uwe gebogen houding zegt het u. Uwe oogen worden duister; gij kunt niet meer gaan waar gij wilt. Ach' als gij eenig medelijden met uzelven hadt, gij zoudt voor God op de knieën vallen en uitroepen: „O, God! wees mij, zondaar, genadig!" - Misschien zegt gij: „Ik heb zulk een moeitevol leven achter mij; ik heb al zoo menigen traan gestort, nu over dit, dan weer over wat anders." - Het kan zijn ; maar ik vrage u: „Hebt gij nog wel één traan gestort over nwe zonden?" En daar moet het toch heen; zóóver moet het toch met u komen. Als een doemeling moet ge u voor den Heere nederwerpen en als een zoodanige in de armen van Jezus de toevlucht nemen. O! mgne ziele kan er weieens benauwd onder worden, dat er toch zoovelen, niettegenstaande al de roepstemmen en waarschuwingen, den dood m de kaken loopen. Zij zijn het dan ook, die hun genot en vermaak zoeken onder den wereldboom, onder dien „hoogen boom," dien de Heere voor het oog van alle boomen des

Sluiten