Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming met de inkomsten van het gezin. Ter verkrijging van de laatste wijze van beperking, slaat hij >iekere verstandige gewoonten met betrekking tot het huwelijk" voor, welke bestaan i), in de verschuiving van de huwelijken tot op een' leeftijd, waarop de natuurlijke vruchtbaarheid reeds eenigszins beperkt is (geretardeerde huwelijken); 2), in eene moreele onthouding (kuischheid). Deze laatste, d. i. de sexueele onthouding is, naar malthus' meening, het eenige geneesmiddel tegen de armoede (het pauperisme) en andere nadeelige gevolgen der overbevolking, en zij is, volgens hem, de eenige zedelijke methode om de hyperpopulatie te vermijden. Voor dit doel acht hij, voor den man, als de meest aangewezen leeftijd tot het aangaan van een huwelijk, het vijf-en-twintigste jaar. Het tijdstip vanaf de puberteit tot het huwelijk, moet evenwel in de strengste kuischheid doorleefd worden, omdat de wet der kuischheid, voor de maatschappij, niet ongestraft overtreden kan worden. Ter bereiking van dat doel is eene opvoeding noodig, waarbij het beginsel der bevolking en zijne werking op de armoede, vooral ook bij de lagere volksklassen, duidelijk en aanschouwelijk moeten worden voorgesteld. Indien allen zich zoo lang van het huwelijk onthouden, en als, bij de verstandige, moreele onthouding, minder kinderen geboren worden, ziet hij in de toekomst een Staat waarin verhoogde arbeidsloonen en het verdwijnen van alle demoraliseerende armoede uit de maatschappij" in het leven verwezenlijkt worden.

Deze stellingen van den vromen geestelijke baarden onmiddellijk en allerwege groot opzien, en — gelijk zulks bij dergelijke nieuwigheden, welke de tot nog toe heerschende denkbeelden dwarsboomen, altijd het geval is — spoedig stonden een aantal tegenstanders op, die zijne leer heftig bestreden, hoewel zij toch blijkbaar op volkshuishoudkundige grondslagen berust.

Later, tegen het midden van onze eeuw, was het de scherpzinnige, Engelscbe volksoeconoom John Stuart Mill, die in zijn: «The principles of political economy", eveneens uitsluitend vanaf het volkshuishoudkundig standpunt, het bevolkingsbeginsel opwierp als de hoeksteen van de staatsgemeenschap. Met de kracht der overtuiging en in een onaantastbaar

Sluiten