Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te laten. En inderdaad heeft de R. C. priester CAPELLMANN voorgesteld, haar alleen te volbrengen in het tijdperk gelegen tusschen den 15 den dag na het begin eener menstruatie, en den 4den dag voor het intreden der eerstvolgende. De kunstmatige onvruchtbaarheid op deze wijze verkregen, acht die moralist niet immoreel. Om evenwel de betrouwbaarheid van zijn advies te kunnen beoordeelen, is het wenschelijk na te gaan, op welke tijden de conceptie gewoonlijk volgt, of ook achterwege blijft, en te dien opzichte stemmen zoowat alle vrouwenartsen er in overeen, dat de dagen onmiddellijk voor, en in den eersten tijd na de menstruatie, de gunstigste zijn voor de conceptie van de vrouw. Deze meening is gegrond op onze kennis van de ontwikkeling van het vrouwelijk eitje, en van zijne rijpwording en bersting in den eierstok. Reeds ongeveer 10 dagen vóór het intreden der menstruatie zwelt bij de vrouw het slijmvlies van den uterus tot op de dubbele dikte en wordt dat geleidelijk afgestooten. Deze zwèlling bereikt haar toppunt gedurende de bloeding, om daarna weder terug te gaan, tot dat in 9—10 dagen na de menstruatie, het slijmvlies vernieuwd is. Dit proces geschiedt regelmatig wederkeerende, alle 4 weken (28 dagen). Op deze bestendige betrekking van de afstooting van het vrouwelijk eitje tot de menstruatie nu, heeft POUCHET zijne bewering gegrond, dat de conceptie alleen in den tijd van den isten tot den I2den dag na eene menstruatie kan geschieden, zoodat de cohabitatie, alle overige dagen onvruchtbaar blijft. Een Duitsch medicus-anonymus merkt, naar aanleiding van POUCHET'S bewering, op, dat, hoewel bij de vrouw geen enkelen dag, hare conceptie physiek onmogelijk is, er bij haar toch tijdperken zijn, waarin de ontvangenis oneindig minder waarschijnlijk is, dan in andere, zoodat, als men zieh vanaf den 2len tot 3den dag vóór de menstruatie tot den g^ten dag daarna, van den bijslaap onthoudt, de mogelijkheid der graviditeit aanmerkelijk afgenomen is. Deze bewering — dit zij hier ter loops opgemerkt — is evenwel in strijd met het joodsche voorschrift, dat de cohabitatie eerst vanaf den 8sten dag na afloop eener menstruatie toelaat, terwijl dan toch dit laatste geheel in tegenspraak zou zijn met de van

Sluiten