Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot een rechte Bijbelbeschouwing.

Bi behoef wel niet te zeggen, dat de Apostel Petrus, wanneer hij hier, in aansluiting aan een der profetieën van Jesaja, van het woord des Heeren spreekt, dat win der eeuwigheid blijft" eigenlijk niet aan onzen Bijbel gedacht heeft. Trouwens, de brief zelf, waarin hij dit neêrschreef, zou eerst later tot de Heilige Schrift, tot den Bijbel, gerekend worden.

Maar hoe komt het dan, dat op dezen "Bijbel-avond" zeker niemand uwer zich zal verbaasd hebben over de keuze van ons tekstwoord?

Immers, 't is omdat wij gewoon zijn, den Bijbel //het Woord Gods" te noemen. Nog altijd geeft de gemeente aan hare leeraren den vereerenden titel van //Bedienaren des Goddehjken Woords" en verwacht van hen, dat zij in de samenkomsten der gemeente - zoo dikwijls zij haar //voorgaan" in het huis des gebeds den Bijbel openen, en er een gedeelte uit lezen, om dan niet eigen wijsheid aan de gemeente te verkondigen, maar het woord der Schrift,' dat zij gekozen hebben, te verklaren, en zoo mogelijk tot het hart der hoorders te brengen, opdat nu blijke:

Dat de oop'ning van Gods woorden wel gewis,

Gelijk een licht, het donker op doet klaren

In arme zondaarsharten, wien 't gemis

Van zulk een' glans een eeuw'gen nacht zou baren.

Wanneer iemand Bedienaar des Woords is, behoort hij het zich tot een groote eer te rekenen, dat hij zich ten dienste mag stellen van dat Woord Gods, waarvan de Bijbel, de Heilige Schrift des Ouden en des Nieuwen Verbonds, de onmisbare drager is.

Sluiten