Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Penningmeester; in diens plaats werd benoemd het lid de Heer J. G. Metz.

Voorts bedankten de Heeren C. Vijgeboom, H. J. Petee, Jac. van Schaik P.Jz., R. Vebsluijs Wz., S. Maas, D. Heijink., wier plaatsen nu weder zijn ingenomen door de Heeren W. Buscop, J. Veedenbueg Je., W. P. Camet, D. Val, A. Beaacx en M. Besselaae Mz., zoodat deze afdeeling weder voltallig is.

De 7e afdeeling rapporteert, dat aan het einde van 1890 aan de beurt van aftreding waren de Heeren W. Bultebman , (sedert overleden) P. Kunst , W. P. de Bbultn en A. J. Hessing ; herbenoemd hebben zij hunne betrekking weder aanvaard.

De Heer A. J. Hessing, voor de betrekking van Secretaris niet meer in aanmerking wenschende te komen, werd als zoodanig benoemd de Heer Theod. Hessing. In drie vacaturen werd voorzien door de Heeren J. Hessing Hz. , A. J. Kaptein en R. A. Zuurmond , terwijl de overige zes plaatsen nog onvervuld zijn.

De Secretaris der Centrale Vergadering deelt nog mede, dat hij benoemd is tot lid van het bestuur der Zondagscholen, waardoor nu direct rapport bestaat tusschen beide vergaderingen.

De Algemeene Vergadering, gehouden te Amsterdam, den 29 September 1891, werd namens de afdeeling «Rotterdam" bijgewoond door de Heeren Ds. van dee Hagt en A. Haetevelt A.Hz.

De Voorzitter dezer Vergadering, Prof. J. J. van Tooeenenbeegen deelt mede dat hij zich genoodzaakt ziet om af te treden. De taak is hem te zwaar geworden,

Sluiten