Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons wedervaart. Eene nuttelooze poging, eene dwaze vermetelheid zonde het wezen, om dezen sluijer te willen opligten; maar de enkele flaauwe stralen, welke hier en daar eene kleine schemering schijnen te doen ontwaren, verbieden ons althans niét te vermoeden, dat onze dierbaren, in hoogeren stand verplaatst, ons echter niet vergeten; zij prediken ons de onmogelijkheid niet, dat zaligen belang blijven stéllen, in datgene wat hun op aarde ter. harte ging. — En, wanneer ik dan nu de mogelijkheid onderstelle, dat welligt dezulken die eenmaal met belangstelling en met vroomen en christelijken zin hier tegenwoordig waren, ons ook thans niet uit het oog verliezen, zoude ulieder gevoel mij dan ook van overdrevenheid beschuldigen, wanneer Wij het eens durfden gelooven,' dat de geliefden die dezen kring eenmaal hartelijk en ongeveinsd beminden en in denzelven medewerkten, van onze tegenwoordige bijeenkomst niet onkundig zijn; indien wij óns durfden voorstellen, dat onze eeuwig onvergetelijke Vriend en Leermeester hier nog onzigtbaar tegenwoordig konde zijn ? Ik vrage het n: zoude deze avond ons dan niet nog belangrijker ■wezen ?

Doch ik late aan eenen iegelijk zijn gevoelen te dezen aanzien; wie op goede gronden meent, zoodanige gedachten geheel te moeten verwerpen» zijne meening blijve zijn eigendom; en hij late mij de mijne. Ik heb ook geenerlei oogmerk om mij in eenig verder onderzoek nopens dit onderwerp in te laten, zooveel te minder

Sluiten