Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ner bane zien wegnemen: wanneer ginds een man, die het sieraad der maatschappij, de steun van zijn huisgezin was, wordt weggerukt, wanneer elders eene teedere gade van de zijde hares echtgenoots wordt weggeraapt, of eene zorgvolle moeder aan het hulpbehoevend kroost wordt ontnomen, dan zouden wij, en met nog meerder regt misschien, naar het waarom van de daden des Almagtigen vragen: maar ook dan zoo als hier, moet de bewustheid: » Wij kennen ten deele" ons gerust stellen, en ons met toeverzigt op den eeuwigen vader doen zeggen: » Dw wil geschiede."

Doch bovendien, naar ons inzien moge de taak welke men zich hier had voorgesteld niet ten einde gebragt zijn, het is God alleen die daarover kan beslissen. Geen enkel zaadje hetwelk voor den Hemel vrucht dragen kan, gaat verloren, het wordt door God bewaard en opgekweekt, en het zal eenmaal bloeijen! Zoo staan wij bij den akker in welken het graan gezaaid wordt, wij zien hetzelve in eene schijnbare wanorde daarhenen strooijen, wij zien regen en wind en de vogelen des hemels een deel van hetzelve wegvoeren: wij meenen soms dat de zaaijer een gedeelte van den akker ohbezaaid laat liggen; maar als de dag des oogstes daar is, en wij de halmen zien waar zij zestig en honderdvoud vrucht dragen, dan juichen wij in de goedertierenheid en wijsheid van den Almagtige, en wij erkennen gaarne dat, bij het zaaijen, onze spreuk zijn moest: * Wij kennen ten deele."

Sluiten