Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar zoo wie dezelve gedaan en geleerd zal hebben, -die zal groot genaamd woiden in het koningrijk der hemelen." Matth. 5: 19.

En nu ten laatste beweert men, dat dit bevel des'Heeren alleen voor de eerste tijden bestemd was, en slechts daar van toepassing is waar het Evangelie voor het eerst verkondigd wordt; maar dat nu de tijden en omstandigheden veranderd zijn en dit eene verandering in onze handelwijs noodzakelijk maakt.—Is het mogelijk, dat "Jezus Christus, die gisteren en heden én in alle eeuwigheid dezelfde is," door tijd en omstandigheden teregt gewezen moet worden? Ontziet men het niet om onzen grooten God en Zaligmaker oneer aan te doen, om zichzelven in^de overtreding van Zijne bevelen te regtvaardigen? Heeft Hij niet geboden: Leert hen onderhouden alles wat Ik u bevolen hel? En heeft Hij niet hieraan de belofte verbonden: En ziet Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld?

Duidt het niet ten kwade, waarde lezer, en beschuldigt mij niet van liefdeloosheid, alsof ik uw vijand geworden was, u de waarheid zeggende. Het zwaard des Geestes is scherp, en "de wapenen van onzen krijg zijn niet vleeschelijk, maar krachtig door God, tot nederwerping van vestingen (die de menschen gebouwd hebben;) dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; en gereed hebben hetgeen dient om alle ongehoorzaamheid te wreeken," (2 Cor. 10: 4—6). Verzet u niet langer tegen Zijn woord! Op de Vraag: Wie moeten gedoopt worden? past geen ander autwoord, dan: die de Heere bevolen heeft te doopen! Geen redeneeringen! geen gevolgtrekkingen! geen tegenspraak! "Wat noemt gij mij Heere, Heere, en doet niet hetgeen ik u gebiede?" Zijn bevel aangaande den doop is niet dubbelzinnig, of onduidelijk, en daarom zijn wij zonder verontschuldiging. Totdat hij komt, zal het de pligt blijven van een iegelijk die gelooft, zich in zijnen dood te laten doopen, of hij als kind besprengd is, of niet. Op de vraag: Zal men ook jonge kinderen doopen? antwoord ik volmondig: Neen, want de Heere heeft het niet bevolen! Hij wil dat wij hen zullen opvoeden in de leering en vermaning des Heeren, dat wij hen op de armen des gebeds tot Hem zullen brengen; dat wij hen uit de Heilige Schriften zullen onderwijzen, die hen wijs kunnen maken tot zaligheid; en zoodra dit onderwijs door den Heiligen Geest aan hun hart geheiligd wordt, en zij door wederbarende genade nieuwe schepselen in Christus geworden zijn, dan mogen zij in ge-

Sluiten