Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zin den kinderdoop bewijzen? Indien het mogelijk is, dat in een geloovig huisgezin kinderen waren die niet gelooven konden, dan is het immers ook mogelijk dat in een gedoopt huisgezin kinderen waren die niet gedoopt konden worden? Zullen alzoo deze plaatsen dienen als bewijzen voor den kinderdoop, dan moet bewezen worden dat hier werkelijk kinderen gedoopt zijn. Een misschien bewijst niets, en behoeft slechts een misschien niet om het te weerleggen. En het is niet alleen onmogelijk dit te bewijzen; maar de waarschijnlijkheid, «aarvoor men pleit, bestaat niet eens, want het tegendeel blijkt uit de berigten zeiven! Maar al kon het ook bewezen worden, dat in deze huisgezinnen jonge kinderen waren, dan zou ik nogtars op grond van Gods Woord ontkennen dat zij gedooptzijn, indien ook dit niet uitdrukkelijk vermeld was. Wie durft de Apostelen de overtreding van het bevel des Heeren te last leggen? Wie waagt het, hen te beschuldigen van ongehoorzaamheid? Indien anderen dit wagen — het staat voor hun eigen rekening; maar ik wil liever bewijzen, (gelijk ik gedaan heb,) dat zij zijne bevelen stiptelijk gehoorzaamd hebben.

Ook kan het niet uit het woord ''huis" bewezen worden, dat het altijd volstrekt alle huisgenooten beteekent; daar dit woord in de Schrift ook gedurig gebruikt wordt voor de meerderheid, of het voornaamste deel des huisgezins. Zoo lezen wij b.v. in 1 Sam. 1: 21: "En die man Elkana toog op met zijn gansche huis, om den Heere te offeren het jaarlijksche offeren zijne gelofte"—doch in de volgende verzen lezen wij dat Hanna, zijne huisvrouw, en Samuel te huis bleven. Zoo lezen wij ook in 1 Kron. 10: 6 dat het gansche huis van Saul tegelijk stierf — hetgeen evenmin van al zijne huisgenooten te verstaan is, daar toch Isboseth zijn zoon, zijn troonopvolger werd. Zoo ook wanneer wij lezen in 1 Tim. 3: 4, "Die zijn eigen huis wel regeert, zijne kinderen in onderdanigheid houdende met alle stemmigheid," zoo verstaan wij, uit de natuur der zaak, dat dit alleen van toepassing is op kinderen die vatbaar zijn om geregeerd te worden, en dat hier ook in de verte aan geen pasgeboren zuigelingen te denken is; want eene poging om die te regeeren, zou de lachspieren in beweging brengen! Gelijk nu het regeeren van een huis geen toepassing kan hebben op pasgeboren zuigelingen in het huis — zoo kan ook het doopen van een huis op geen zuigelingen in het huis toepassing hebben, dewijl zij niet aan de voorwaarde, noch ook aan de natuur der zaak beantwoorden.

"En Crispus de overste der Synagoge, geloofde aan den Heer,-mét ge-

Sluiten