Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Wat zullen wij dan zeggen? zullen wij in de zonde blijven (volharden), opdat de genade te meerder worle? Dat zij verrel Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven? Of weet gij niet, dat zoo velen als wij in Christus gedoopt zijn, wij in Zijnen dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de dooden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzoo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem eene plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zoo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding" Bom. 6:1-5.

Wij zien hier in den doop, als in een spiegel, hoe de eenige offerande van Christus aan het kruis geschied, ons ten goede komt, indien wij Hem door een waarachtig geloof zijn ingelijfd, en op de belijdenis van dit geloof in Zijnen dood gedoopt zijn.

Wij zijn dan met Hem gestorven (aan de zonde), zijn met Hem begraven in den doop, in welken wij ook weder met Hem opgewekt zijn, (door het geloof der werking Gods, die Hem uit de dooden opgewekt heeft) en zijn door en in Hem, verplaatst aan gene zijde van dood en graf, in een nieuw leven, in eene nieuwe schepping, waarvan Hij, de tweede Adam, het hoofd is. In den doop regtvaardigen wij God, (Luk. 7: 29) dat is, wij erkennen, met schaamte en berouw, dat wij met onze zonden den dood verdiend heb ben; en God regtvaardigt ons, en verzekert ons in denzei ven van de vergeving onzer zonden, door het bloed van Christus. In den doop nemen wij afscheid van het vorig zondenleven, om voortaan in nieuwigheid des levens te wandelen. De doop staat hier alzoo aan de plaats, waar hij door Christus gesteld is, namelijk bij de bekeering, en aan het begin van het nieuwe of geestelijke leven, terwijl hij door de kinderdoopers aan het begin van het natuurlijke of aardsche leven geplaatst wordt! En in plaats van deze zinnebeeldige begraving van den ouden mensch, en opwekking van den nieuwen mensch, besprengt men het voorhoofd van een onbewust kind met eenige droppels water! "O gij uitzinnige Galaten! wie heeft u betooverd, dat gij de waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn?"

In den doop doet de doopeling openlijk belijdenis van zijn geloof in Hem, die voor hem gestorven, begraven en opgewekt is, en legt tevens voor de wereld het getuigenis af, dat het hem genoeg is, den voorgaanden tijd des levens in de zonde geleefd te hebben, en dat het zijn voornemen is om nu niet meer naar de begeerlijkheden der menschen, maar naar den wil van God, den tijd die overig is in het vleesch te leven.

Sluiten