Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kindeken, die zal in hetzelve geensins ingaan. En hij omving ze met zijne armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende hij dezelve" Mark. 10: 13-16.

Welk eene groote genade ia het, waarde lezer, dat God, niettegenstaande onze diepe verdorvenheid, de liefde tot ons kroost in onze harten bewaard heeft. Wij die van natuur ''hatelijk sijn, en elkander hatende" hebben nogtans onze kinderen lief; en wij die boos zijn, weten onze kinderen goede gaven te geven. Bij den natuurlijken mensch, strekt zich deze liefde slechts uit tot het ligchamelijke; maar er is niets dat geloovige ouders inniger begeeren, dan dat hunne kinderen vroegtijdig tot God bekeerd mogen worden, en den Heer Jezus als hunnen Zaligmaker mogen leeren kennen en aannemen; en door deze begeerte worden zij gedwongen, om hunne kleinen, zelfs voor dat zij voor onderwijs vatbaar zijn, aanhoudend op de armen des gebeds tot Jezus te brengen, om Zijnen zegen over hen af te smeeken; en om hiertoe aan te moedigen, is deze plaats in Gods woord voor ons opgeteekend. Zij doet ons tevens een troostrijken blik slaan in het liefdevolle hart van Jezus; en o! hoe menigeen heeft, bij het verlies van een kind, in deze woorden des Heeren een verzachtenden balsem gevonden voor zijn bloedend hartl Oen discipelen scheen het te gering, en zij meenden dat hun Heer hierdoor overlast aangedaan werd, maar Hij, die het ouderhart kent en onxe kinderen liefheeft, seide: Laat de kinderen tot mij komen, en verhindert ze niet, want dezulken is het koningrijk Gods. En Hij omving ze met zijne armen, drukte ie aan zijn hart, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve. Maar hoe deze plaats geperst en gedwongen kan worden te zeggen wat de Heere niet gezegd heeft om eene inietting gezag te geven, die de Heer noch hier noch elders bevolen heeft, gaat mijn begrip te boven! Was het de wil des Heeren geweest, dat wij onze jonge kinderen door den doop der Gemeente zouden inlijven, hoe kon Hij dan bij dese gelegenheid nagelaten hebben zijne discipelen te onderrigten? Ik heb te veel eerbied voor 's Heeren woorden, om eene poging te doen om dezelve weg te redeneeren; maar ik weet dat Hij zich zei ven niet kon wedersproken. Hij heeft op de plegstigste wijze verklaard, dat "hetgeen uit het vleesch geboren is, dat is vleesch," en dat "tenzij iemand wederom geboren worde, hij het koningrijk Gods niet kan zien" veelmin hetzelve ingaan. Dat deze wedergeboorte in een kind gewerkt wordt, door of bij de besprenging van het voorhoofd, in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, gelijk de Boomsche

Sluiten