Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten maar zelfs de overige ligchamelijke kinderen van Abraham, uit Hagar en Ketura, met hunne nakomelingen; en zooals wij naderhand nog weer zien, werden ook Ëzau en .zijne nakomelingen hiervan uitgesloten.

Het verbond der besnijdenis — verre van het genadeyerbond te zijn — is, zoo als ik thans zal toonen, in deszelfs geest en gedaante voorwaardelijk, hetwelk het wezen of de geest is van de wet. God verklaart in de eerste plaats, welke zegeningen hij aan Abrahams nakomelingen schenken wil, en bepaalt dan de voorwaarde waarop Hij ze schenken wil. Deze voorwaarde is, dat zij getrouwelijk de wet der besnijdenis onderhouden. De taal is, indien gij dit verbond houdt (hetwelk in betrekking tot deszelfs voorgeschreven plechtigheid eene wet was) dan zult gij deze zegeningen ontvangen; zoo niet, dan zult gij ze niet ontvangen, maar zult uit uwe volken uitgeroeid worden *). Nu dat is juist de geest der wet — de geest des ouden verbonds, en in Oppositie tot den geest des geloofs — de geest des nieuwen verbonds, gelijk Paulus denzelven beschrjjft Gal. 3: 11: "Want de regtvaardige zal uit het geloof leven; Doch de wefr is niet uit het geloof maar de mensch, die deze dingen doet, zal door dezelve leven."

De geest der wet wordt alom van Paulus beschreven als den geest der dienstbaarheid, en in het vermanen der Galaten tegen het onderhouden der besnijdenis, waarschuwt hij hen, niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen te worden, Gal. 5: 1-3. Zoo ook Petrus noemt de besnijdenis en de wet van Mozes een juk, hetwelk noch wij noch onze vaders hebben knnnep dragen, Hand. 15: 10. Het verbond der besnijdenis is dus in deszelfs natuur en wezen tegenover gesteld tegen het verbond der genade, gelijk een ieder duidelijk zien kan, do^r dezelve met elkander te vergelijken: "Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israël maken zal, na die dagen, zegt de Heer: Ik zal Mijne wetten in hun verstand geven, en in hunne harten zal Ik üie inschrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet leeren een iegelijk zijnen naasten en een iegelijk zijnen broeder, zeggende: ken den Heer! want zij zullen mij allen kennen, van den kleinen onder hen tot den grooten onder hen. Want ik zal hunne ongerechtigheden genadig zijn, en hunne zonden en overtredingen zal ik geenzins meer gedenken " Heb. 8: 10-12. Hier zijn geene voorwaarden. Het is niet indien. Het js eene bepaalde, onvoorwaardelijke belofte. Daarom wordt ook gezegd dat Christus van een

*) !• og andere voorwaarden werden naderhand toegevoegd, gelijk ter regter plaata zal getoond worden.

Sluiten