Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeders verwonderen zich, dat wij niet gelooven kunnen, dat Paulus van het verbond der besnijdenis spreekt, als de verkondiging des Evan. gelies aan Abraham (Gal. 3: 8), als het verbond van God op Christus be vestigd, dat de wet niet kon krachteloos maken (3: 17), en het voorregt van het toedienen der besnijdenis (of een plaatsvervanger voor de kinderen der geloovigen) als de zegening Abrahams' tot de beidenen gekomen (3:14) en dit alles, terwijl hij met de Galaten redetwist en verklaart dat zij uitzinnig en betooverd waren, omdat zij gehoor gaven aan juist zulke leeraars, die hun deze besnijdenis wilden opdringen (3:1) hen verzekerende, dat zij door besneden te worden, met het juk der dienstbaarheid bevangen werden, dat hun dan Christus geen nut zou doen, maar dat zij schuldenaars zouden zijn de geheele wet te doen, en van de genade zouden vervallen! (5: 1-4) En wij verwonderen ons met gelijke opregtheid, hoe zij dit alles gelooven kunnen!

Wij hebben aangetoond, dat het verbond der besnijdenis in deszelfs geest of natuur wettisch is, en onmogelijk een deel van het genade verbond zijn kan; dat liet door Paulus zorgvuldig daarvan onderscheiden wordt; en daar het tot één van beiden moet behooren (want er zijn slechts twee verbonden die des menschen onsterfelijk wolzijn betreffen) zoo .volgt het van zelf, gelijk wij thans zullen toonen, dat het verbond der besnijdenis in het verbond van Sinai opgenomen is, en een voornaam deel daarvan uitmaakt:

"Zegt mij gij die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet? Want er is geschreven dat Abraham twee zonen had, eenen uit de dienstmaagd en eenen uit de vrije.... Hetwelk dingen zijn die andere beduiding hebben, want deze zijn de twee verbonden; het eene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; want dit Agar is Sina, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met hare kinderen. Maar Jeruzalem dat boven is; dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Maar wat zegt de'Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haren zoon: want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. Zoo dan broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd maar der vrije. Staat dan in de vrijheid met welke Christus ons vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. Ziet, ik Paulus zeg u, zoo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn. En ik betuig wederom aan een iegelijk menseh die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de geheele wet te doen" Gal.

Sluiten