Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-Gal. 5: 2, 3. "Ziet, ik Paulus zeg n, zoo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn." Waarom niet? Omdat de wet en de genade niet dooreen gekneed kannen worden; en indien iemand een deel der wet wil onderhonden om daardoor zalig te worden, zoo zal Christus hem geen nut doen; want Hij is geen halve, maar een volkomen Zaligmaker. Maar Paulus stelt vast, dat dit het geval zou zijn indien iemand zich liet besnijden; hetwelk niet konde zijn, indien de besnijdenis geen deel der wet was. In het- volgend vers gaat Paulus voort: "En ik betuig wederom, aan een iegelijk mensch die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de geheele wet te doen," Dit sluit duidelijk in zich, dat de besnijdenis een gedeelte der wet is, welks overschot het neemt om ze geheel te maken. Niets kan beslissender zijn in dezen, dan deze geheele plaats in den brief aan de Galaten, van het 21ste vers van het 4de hoofdstuk, tot het 4de vers van het 5de hoofdstuk, alwaar Paulus spreekt van de twee verbonden in het huisgezin van Abraham; het oude,Verbond voorgesteld door Hagar, de dienstmaagd, en het nieuwe of genade verbond, voorgesteld door Sara, de vrije; en hij rangschikt de besnijdenis onder het eerste of oude verbond. *) Inderdaad, den geheelen zendbrief door, wordt de besnijdenis daargesteld als de vertegenwoordigster en synonym der Mozaïsche wet; een onomstootelijk bewijs, dat Paulus dezelve beschouwde als een zeer wezenlijk deel diër wet!

Indien wij nu een onderzoek doen aangaande de natuur der zegeningen, door God aan Abraham en zijne nakomelingen in dit verbond beloof 1, dan zien wij, dat dezelve nationaal en uitwendig, en geenszins Nieuwe Verbonds zegeningen zijn.

De belofte door God aan Abraham gedaan in dit verbond, was drieledig: God beloofde hem in de eerste plaats eene talrijke nakomelingschap; twee-

*) De heer H. F. Scholte, V. D. H., in zijn boek "De Heilige Doop of het teelten in het vleesch, ook voor de kinderen der geloovigen, ter verzegeling van het eeuwige verbond" nadat hij zich alle mogelijke moeite gegeven had om te bewijzen dat "het verbond met Abraham" waaraan de besnijdenis verbonden is, het genade verbond is (hetwelk hem noch iemand anders ooit gelukt is) zegt, bladz. 46: "Wanneer werkelijk de besnijdenis het teekendes Ouden Verbonds was, dan moest men terecht den doop der kinderen verwerpen, tenzij men bij .de instelling van een nieuw verbond, ook een nieuw bevel ontving ten aanzien der kinderen. De geestelijkheid van het Kieuwe Verbond, tegenover de bediening der verdoemenis, kan niet krachtig genoeg gehandhaafd worden; want het is eene al te duidelijke, zalige en God verheerlijkende waarheid: "Wij zijn niet meer onder de wet maar onder de genade". (Daar dit nu, gelijk wij gezien hebben, werkelijk het geval is, en nergens een nieuw bevel dienaangaande gevonden wordt, zoo hoop ik zullen onze broedere den kinderdoop verwerpen, als eene menschelijke inzetting.)

Sluiten