Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Oorsprong des Kinderdoods.

De lezer Zal wellicht vragen: Indien dan de kinderdoop niet door Christus ingesteld, noch door de Apostelen uitgeoefend is, en bijgevolg niet uit God maar uit de menschen is, hoe, en waar, en wanneer is hij dan ontstaan en opgekomen?— wij zullen deze vragen zoo beknopt mogelijk zoeken te beantwoorden, uit de Kerkelijke geschiedenis.*)

Het moet degenen die met de Kerkelijke Geschiedenis onbekend zijn bevreemden te vernemen, dat gedurende de eerste twee honderd jaren na Christus geen vermelding van den kinderdoop te vinden is. Tertulliaan, in het begin der 3de eeuw, is de eerste die er gewag van maakt, en gelijk, een getrouwe wachter op Sions muren betaamde, waarschuwt hij er voor als eene gevaarlijke, voorbarige en noodelooze praktijk. En het is daarenboven nog zeer twijfelachtig, of hij van den doop van pasgeboren zuigelingen, dan wel van kinderen van meer gevorderden leeftijd spreekt. Dit laatste is zelfs uit zijne woorden te besluiten gelijk wij later zien zullen.

Nu spreekt het van zelf dat van den kinderdoop geen melding gemaakt kon worden zoolang hij niet bestond; maar even zeker is het, dat er zulk een veelbeteekenend stilzwijgen niet kon bewaard zijn omtrent denzelven, indien hij gedurende al dien tijd in de gemeenten bestaan had als een algemeen gebruik. Waarom zouden zij gedurig van den doop der geloovigen handelen, zonder een enkele maal den kinderdoop te noemen, indien zij gewoon waren kinderen te doopen? En is het waarschijnlijk dat de

*) Daar mij geen Hollandsche Bibliotheek toegankelijk is, ben ik genoodzaakt mijne aanhalingen meest uit Enpelscbe werken te overzetten, en ik heb xnijn best gedaan om zoo getrouw en nauwkeurig als mogelijk, den zin van de plaatsen weer te geven; maar daar deze boeken in sommige gevallen ook al reeds vertalingen zijn is het te verwachten dat zij niet woordelijk, maar wel in zin daarmede zullen overeenstemmen.— Ik moet mij hier tevens bij de lezers verontschuldigen wegens den gedwongen stijl en het gebrekkig Hollandsen van dit werkje — gaarne toch wil ik bekennen, dat mijne vocabulaire bekrompen is, en dat het mij eenigzins moeielijk valt, mijne gedachten in gepaste woorden te kleeden; maar dit zal de lezers niet bevreemden als ik hun zeg, dat ik reeds bijna 40 jaren in dit land ben geweest, en meest onder Amerikanen verkeerd heb.

Sluiten