Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoonten en verkeer, dat wij niet langer kinderen zouden blijven van nooddwang en onwetenheid, maar van keus en kennis; en opdat wij in het water vergeving der zonden mogten ontvangen, door welke wij voorbeen overtreden hebben, wordt de naam van den Heer God en Vader van allen over hem uitgesproken die verkiest wedergeboren te worden, en zich bekeert van zijne zonden. En dit baden wordt genoemd verlichting, dewijl zij, deze dingen leerende, verlicht worden in het verstand."

Op hoe menigerlei wijze blijkt het uit dit berigt dat de kinderdoop omtrent het midden der tweede eeuw nog niet bestond! De Christenen van dien tijd waren blootgesteld aan de wreedste vervolgingen, en om hiertoe een voorwendsel te hebben, werden zij door hunne vijanden betigt met al lerlei misdaden, onder anderen ook dat zij hunne kinderen vermoordden enz., hier van daan dit verdedigingsschrift,' ingevolg waarvan hun de Keizer de bescherming der wet verleende, en welks echtheid door niemand betwist wordt. In dit smeekschrift nu, geeft Justinus aan den Keizer een getrouw en naauwkeurig verslag van den Christelijken Godsdienst en instellingen, en hij beschrijft hoe geloovigen zich in den doop aan God en zijnen dienst toewijden — maar zegt niet een woord over den kinderdoop! In de 18de paragraaf zinspeelt hij op het Christelijk onderwijs, dat de kinderen der geloovigen genooten; en in de 36ste betreurt hij de verwaarloozing der opvoeding van de heidensche kinderen, maar hij wederlegt de schandelijke aantijging van kindermoord niet door te verklaren dat de Christenen hunne kinderen door den doop aan God, toewijden en de gemeente inlijfden, hetwelk hij onder de omstandigheden niet kon nagelaten hebben indien de kinderdoop toen reeds bestaan had, te meer daar hij zijne bezorgdheid laat blijken om van zijn berigt niets uit te laten dat het veroordeel tegen hen kon verminderen. Maar wat meer is, zijn berigt behelst een volstrekt en beslissend ontkennen van het bestaan des kinderdoops te dier tijd. De doopelingen moeten overtuigd zijn van de waarheid der Christelijke leer, verbinden zich om naar deszelfs voorschriften te leven, en zoeken met vasten en bidden de vergeving der zonden; en dan maakt hij eene vergelijking of tegenstelling met hunne eerste en wedergeboorte (zoo als hij dc doop noèmt): in de eerste geboorte zijn wij kinderen van onwetenheid en nooddwang — in den doop van keus en kennis; kan zoo iets van den doop van jonge kinderen gezegd worden? zijn onbewuste zuigelingen bij den doop niet evenzeer als bij hunne geboorte kinderen der onwetenheid? Ook de naam verlichting, die te dier tijd aan den

Sluiten