Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hierop beru9t hij ook nog hedendaags bij verreweg het grootste gedeelte der zoogenaamde christenheid. De geheele Oostersche, of Grieksche kerk, *) waartoe het geheele Bussische Keizerrijk en al de oostersche lauden behooren die onder het beheer van den patriarch van Constantinopel en van Alexandrien en Antiochien staan, houden deze dwaalleer; zoo zijn ook eenige droppels wijwater van de hand des priesters in de Boomsehe kerk het toovermiddel waardoor de duivel uit het pas geboren kind verdreven, en de erfzonde afgewasschen wordt, en waardoor het wedergeboren en tot een kind van God gemaakt wordt, en zonder hetwelk het voor eeuwig verloren gaan moet! En dit was ook de leer van Augustinus en de andere kerkvaders, die den kinderdoop verdedigen. Zij schreven de Sacramenten eene geheimzinnige heiligende kracht toe, en gaven ze den naam van verborgenheden, en leerden dat niemand zonder dezelve kon zalig worden.

Dr. A. Neander (een bekeerde Israëliet) schrijver eener uitvoerige Kerkelijke Geschiedenis, en andere werken, en zelf een kinderdooper, zegt:

"De doop werd in het eerst alleen bediend aan bejaarden, daar men gewoon was geloof en doop als eng met elkander verbonden te beschouwen. Wij hebben goeden grond om de Instelling des kinderdoops niet van de Apostelen te herleiden, en de latere erkenning daarvan als eene apostolische overlevering dient tot bevestiging van deze onderstelling..... Terstond na Irenaeus, in de laatste jaren der tweede eeuw, verschijnt Tertulliaan als een ijverig tegenstander des kinderdoops; een bewijs dat het gebruik toen nog niet beschouwd werd, als eene apostolische instelling, anderszins zou hij het kwalijk gewaagd hebben er zoo nadrukkelijk tegen te

spreken Toen echter aan de eene hand de leer van de schuld en

het bederf, dat de menschelijke natuur aankleeft ten gevolge der eerste overtreding, in eenen juisten en stelstlmatigen vorm gebragt was; en daar men aan de andere hand geen behoorlijk onderscheid maakte tusschen het uitwendige en inwendige, die tusschen den doop en de wedergeboorte, werd men hoe langer hoe meer in de dwaling bevestigd, dat niemand van die aanklevende schuld verlost, of van de eeuwige straf bevrijd kon worden die hem dreigde, noch ook het eeuwige leven deelachtig kon worden zonder gedoopt te zijn; en toen het denkbeeld van een tooverachtigen invloed der Sacramenten immer meer ingang vond, ontwikkelde zich daar-

*) De Grieksche kerk doopt door indompeling, maar niet voor dat de kinderen drie jaren oud zijn, en geeft hun dan ook terstond het avondmaal. Zie Bnck's Theological Dictionary, art. Greek Ghnrch.

I

Sluiten