Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun het laatste met gÊgeveh kan Worden naar Gods woord, dan moest mee om consequent te zijn, tevens erkennen dat dezelfde reden en autoriteit ingehjks verbieden om den doop aan hen te bedienen. Zeker is het dat beide kinderdoop en avondmaal als tweelingen tegelijker tijd en uit dezelfde dwaling geboren zijn (als onontbeerlijk tot de zaligheid) en voor meer dan tien eeuwen naast elkander voortbestaan hebben in de Boomsche Kerk, en m de Grieksche Kerk tot nog toe bestaan en beduid worden.

Het eerste concilie, waarop van den kinderdoop melding gemaakt wordt is dat van Noord Afrika, gehouden te Carthago na het midden der 3de' eeuw, en waarvan Cipriaan voorzitter was. Er was een hevig geschil ontstaan tusschen Cipriaan Bisschop van Carthago en Stefanus Bisschop van Rome (die zich toen reeds pauselijke magt zocht aan te matigen) over de wettigheid van den doop door zoogenaamde ketters bediend; en deze vergadering besloot dat zij herdoopt moesten worden; waarop Stefanus dezen Afnkaanschen bisschop in den ban deed! Het blijkt ook uit een brief door Cipriaan op last van deze vergadering geschreven, dat een zekere landelijke bisschop Fidus genaamd, de vraag gesteld had, of een kind terstond na deszelfs geboorte gedoopt moest worden — waartegen hij en anderen proteesteerden, omdat het dan nog onrein was, en zij afkeerig waren van een pasgeboren kind te kussen (de broederkus te geven, die vroeger bij den doop der geloovigen gebruikelijk was.) Deze vraag, en de onaangenaamheid waaruit zij ontstond, bewijst dat het gebruik des kinderdoops toen nog nieuw en niet goed geregeld was. Het'volgende is gedeeltelijk Cipriaans antwoord: «En naardien gij zegt, een kind is gedurende de eerste dagen na deszelfs geboorte onrein, zoodat eenigen onzer afkeerig zijn het te kussen, zoo dunkt ons, dat ook dit geen reden is om het geven der hemelsche genade (nl. de doop) te verhinderen; want er is geschreven, den reinen zijn alle dingen rein; noch ook zou iemand onzer afkeerig zijn van hetgeen God zich heeft verwaardigd te maken, enz. Weshalve het ons gevoelen in concilie was, dat van den doop en de genade Gods (die barmhartig, goed en liefderijk is jegens allen) wij geen mensch behoorden te weren. Welke,regel, alhoewel hij van toepassing is op allen, is onzes inziens voornamelijk in acht te nemen bij pasgeboren kinderen, die des te meer onze hulp en de Goddelijke barmhartigheid verdienen, omdat zij terstond na hunne geboorte, door hun schreijen en weenen niets anders doen dan er om smeeken!" *)

*) Ciprianl Epist. 64, (Pamelu Edlt 69,) ad, Fidum.

Sluiten